wetzoeker

Artikel 226 Faillissementswet BES

Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

1 Indien een wederkerige overeenkomst bij de aanvang van de surséance zowel door de schuldenaar als door zijn wederpartij in het geheel niet of slechts gedeeltelijk is nagekomen en de schuldenaar en de bewindvoerder zich niet binnen een hun daartoe schriftelijk door de wederpartij gestelde redelijke termijn bereid verklaren de overeenkomst gestand te doen, verliezen zij het recht hunnerzijds nakoming van de overeenkomst te vorderen.

2 Indien de schuldenaar en de bewindvoerder zich wel tot nakoming van de overeenkomst bereid verklaren, stellen zij, desverlangd, voor deze nakoming zekerheid.

3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op overeenkomsten waarbij de schuldenaar slechts verbintenissen op zich heeft genomen tot door hem persoonlijk te verrichten handelingen.

Regeling
Faillissementswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028917
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl