wetzoeker

Artikel 224 Faillissementswet BES

Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

1 Degene die zowel schuldenaar als schuldeiser van de boedel is, kan zijn schuld met zijn vordering op de boedel verrekenen, indien beide zijn ontstaan vóór de aanvang van de surséance of voortvloeien uit een handeling, vóór de aanvang van de surséance met de schuldenaar verricht.

2 De vordering op de schuldenaar wordt, zo nodig, berekend naar de regels, in de artikelen 125 en 126 gesteld.

3 Van de zijde van de boedel kan geen beroep gedaan worden op artikel 136 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES.

Regeling
Faillissementswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028917
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl