wetzoeker

Artikel 220 Faillissementswet BES

Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

1 Gedurende de surséance kan de schuldenaar niet tot betaling van zijn in artikel 223 bedoelde schulden worden genoodzaakt en blijven alle tot verhaal van die schulden aangevangen executies geschorst.

2 De gelegde beslagen vervallen en de schuldenaar die zich in gijzeling bevindt, wordt daaruit ontslagen, zodra de uitspraak, houdende definitieve verlening der surséance of homologatie van het akkoord, in kracht van gewijsde is gegaan, beide tenzij de rechter in eerste aanleg op verzoek van de bewindvoerders reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerders af te geven, verklaring van de rechter in eerste aanleg machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.

3 Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing ten aanzien van executies en beslagen ten behoeve van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, voor zover het de goederen betreft, waarop de voorrang rust.

4 Ter zake van schulden waarvoor het eerste lid geldt, is artikel 32 van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Faillissementswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028917
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl