wetzoeker

Artikel 206 Faillissementswet BES

Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

1 Het verzoekschrift met bijbehorende stukken wordt ter griffie van het gerecht in eerste aanleg, in het in het eerste lid van het voorgaande artikel bedoelde openbaar lichaam, neergelegd. De nederlegging geschiedt kosteloos.

2 De rechter in eersten aanleg zal dadelijk de gevraagde surséance voorloopig verleenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met den schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt hij, dat de bekende schuldeischers, benevens de schuldenaar, tegen een door hem op korten termijn bepaalden dag, door den griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verleenen van de gevraagde surséance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd.

Regeling
Faillissementswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028917
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl