wetzoeker

Artikel 131 Faillissementswet BES

Van de verificatie van de schuldvorderingen

1 Indien van hoofdelijke schuldenaren één of meer in staat van faillissement verkeeren, kan de schuldeischer in het faillissement van dien schuldenaar, onderscheidenlijk in het faillissement van ieder van die schuldenaren opkomen voor en betaling ontvangen over het geheele bedrag, hem ten tijde van de faillietverklaring nog verschuldigd, totdat zijne vordering ten volle zal zijn gekweten.

2 Een hoofdelijke schuldenaar kan, zo nodig voorwaardelijk, worden toegelaten voor de bedragen waarvoor hij op de gefailleerde krachtens hun onderlinge rechtsverhouding als hoofdelijke medeschuldenaren een vordering heeft verkregen of zal verkrijgen. De toelating geschiedt echter slechts:

a. voor zover de schuldeiser daarvoor zelf niet kan opkomen of, hoewel hij zulks kan, niet opkomt;

b. voor het geval de schuldeiser gedurende het faillissement voor het gehele bedrag waarvoor hij is opgekomen, wordt voldaan;

c. voor zover om een andere reden de toelating geen voor de concurrente schuldeisers nadelige invloed heeft op de aan hen uit te keren percenten.

Regeling
Faillissementswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028917
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl