wetzoeker

Besluit griffierechten burgerlijke zaken

Besluit van 26 oktober 2010, houdende vaststelling van de griffierechten en de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, tweede lid, respectievelijk 26 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken, alsmede het tarief en de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 597 respectievelijk 838 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en tot intrekking van het Besluit tarieven in burgerlijke zaken (Besluit griffierechten burgerlijke zaken)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-11-2010
Rechtsgebied
Burgerlijk procesrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0028901
Versie
2010-11-01_0
SHA-256 bron
c74f04985a9b70fe1e8e3cacde64886ff390a976df6a27dff425ba942edaf650

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (13)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13

Artikel 1

Met betrekking tot de griffierechten, verschuldigd voor de verstrekking van afschriften van en uittreksels uit vonnissen, arresten en beschikkingen als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken en van afschriften van en uittreksels uit registers of andere stukken als bedoeld in artikel 838 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, onder welke benaming ook en al of niet voor afschrift of uittreksel getekend, is artikel 12, derde tot en met vijfde lid, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2

1 De bedragen die wegens werkzaamheden, tijdverzuim en daarmede verband houdende noodzakelijke kosten, en wegens reis- en verblijfkosten toekomen aan de personen, bedoeld in artikel 26 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken, worden berekend overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 9, 11 en 15 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.

2 Van de in het eerste lid van toepassing verklaarde artikelen kan worden afgeweken bij de berekening van de in dat lid bedoelde bedragen die toekomen aan de in dat lid bedoelde personen voor zover dit in verband met hun verblijf in het buitenland noodzakelijk is.

Artikel 3

1 Het tarief voor het onderhoud van de schuldenaar, bedoeld in artikel 597, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bedraagt € 11,30 per dag of gedeelte daarvan. Indien het inkomen of vermogen van de schuldeiser niet meer bedraagt dan de bedragen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand, stelt de directeur van het huis van bewaring dit tarief vast overeenkomstig het tweede lid.

2 De schuldeiser wiens inkomen blijkens een door deze over te leggen verklaring van de raad bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet op de rechtsbijstand niet meer bedraagt dan is bepaald in:

a. artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand onder a, is vrijgesteld van betaling;

b. artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand onder b, is gehouden tot betaling van een vierde gedeelte;

c. artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand onder c, is gehouden tot betaling van de helft;

d. artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand onder d en e, is gehouden tot betaling van drie vierde gedeelte.

3 Het tweede lid, laat onverlet de bevoegdheid van Onze Minister van Justitie om in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke vrijstelling te verlenen van de vergoeding van de kosten van onderhoud van de schuldenaar door de schuldeiser.

Artikel 4

Wijzigt het Besluit boedelregister.

Artikel 5

Wijzigt het Besluit curateleregister.

Artikel 6

Wijzigt het Besluit gezagsregisters.

Artikel 7

Wijzigt het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969.

Artikel 8

Wijzigt het Besluit ex artikel 810a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel 9

Wijzigt het Reglement voor de Kamer voor de Binnenvisserij 1964.

Artikel 10

Het Besluit tarieven in burgerlijke zaken wordt ingetrokken.

Artikel 11

In zaken waarop op grond van artikel 56a van de Wet griffierechten in burgerlijke zaken de Wet tarieven in burgerlijke zaken van toepassing blijft, blijft tevens het Besluit tarieven in burgerlijke zaken van toepassing.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 21, tweede lid, en 26 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken in werking treden.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit griffierechten burgerlijke zaken.