wetzoeker

Artikel 6 Wet griffierechten burgerlijke zaken

De griffierechten in zaken die bij dagvaarding of met een verzoekschrift worden ingeleid en in vorderingszaken en verzoekzaken bij de Hoge Raad

1 Van een derde die overeenkomstig artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als partij in het geding wordt opgeroepen en naar aanleiding daarvan verschijnt, wordt een bedrag aan griffierecht geheven gelijk aan dat van een gedaagde in de oorspronkelijke zaak op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.

2 De derde, bedoeld in het eerste lid, is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.

Regeling
Wet griffierechten burgerlijke zaken
Afkortingen
Wgbz
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028899
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl