wetzoeker

Artikel 30 Wet griffierechten burgerlijke zaken

De betaling van de griffierechten en verschotten en het verzet tegen de beslissing tot heffing van griffierechten en verschotten

1 Bij gebreke van betaling geschiedt de invordering van de griffierechten en de door de griffier vooruitbetaalde verschotten krachtens een door de griffier uit te vaardigen dwangbevel.

2 Het dwangbevel wordt uitvoerbaar verklaard indien het een enkelvoudige kamer betreft, door de rechter in die kamer dan wel, indien het een meervoudige kamer betreft, door de voorzitter van die kamer van het betrokken gerecht. Het dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd, indien tenminste een maand na de betekening is verstreken.

3 Gedurende een maand na de betekening van het dwangbevel kan de schuldenaar bij het betrokken gerecht, rechtdoende in burgerlijke zaken, daartegen door indiening van een verzoek in verzet komen.

4 Tegen de beslissing van het gerecht is geen hogere voorziening toegelaten.

5 Voor de indiening van het verzoek, bedoeld in het derde lid, wordt geen griffierecht geheven.

Regeling
Wet griffierechten burgerlijke zaken
Afkortingen
Wgbz
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028899
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl