wetzoeker

Artikel 17 Wet griffierechten burgerlijke zaken

De griffierechten in zaken die bij dagvaarding of met een verzoekschrift worden ingeleid en in vorderingszaken en verzoekzaken bij de Hoge Raad

1 In elk faillissement betaalt de curator uit de baten van de boedel bij het deponeren van de eerste uitdelingslijst of zodra de uitspraak tot homologatie van een akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, een griffierecht van € 820.

2 Onder het griffierecht, bedoeld in het eerste lid, is niet begrepen het griffierecht dat ingevolge artikel 3, eerste lid, wordt geheven voor verificatiegeschillen. Partijen zijn dit griffierecht verschuldigd vanaf hun verschijning op de bepaalde zitting en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.

3 Van de niet-geverifieerde schuldeiser die ingevolge artikel 349aa van de Faillissementswet verzet doet tegen de uitdelingslijst, wordt overeenkomstig artikel 3, tweede lid, griffierecht geheven, met dien verstande dat indien tevens door wel geverifieerde schuldeisers verzet wordt gedaan tegen de uitdelingslijst, geen griffierecht wordt geheven.

4 Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

Regeling
Wet griffierechten burgerlijke zaken
Afkortingen
Wgbz
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028899
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl