4 — Verblijfsvoorwaarden (deel 1) Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verblijfsvoorwaarden
a. geldige mvv (zie artikel 9, eerste lid, onder a, en derde lid, WTU-BES en artikel 5.30 BTU-BES);
b. geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES en artikel 5.31 BTU-BES);
c. zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 9, eerste lid, onder b en c, WTU-BES en artikel 5.32 tot en met 5.34 BTU-BES);
d. geen gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES);
e. (indien van toepassing) bereidheid een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES en artikel 5.35 BTU-BES);
f. (voorlopige) inschrijving als voltijdstudent aan:
• een in de CTU-BES genoemde onderwijsinstelling voor hoger onderwijs;
• of een onderwijsinstelling voor middelbaar beroepsonderwijs op MBO-3 of MBO-4 niveau;
(zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES);
g. ondertekening bewustverklaring tijdelijk verblijfsrecht (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES).;
h. schriftelijke toestemming van de ouder(s), als de aanvrager een minderjarige student is (zie model MBES25a).
Ten aanzien van deze voorwaarden zijn de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 9, eerste lid, WTU-BES van toepassing. Zie hoofdstuk 3.
Ad c Middeleneis
De financiële middelen van de vreemdeling moeten toereikend zijn om zijn studie, kosten van levensonderhoud en het college- of lesgeld te kunnen betalen gedurende de periode dat hij in de openbare lichamen wil verblijven.
Voldoende middelen van bestaan
Om te kunnen beoordelen of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan moet eerst gekeken worden door wie de studie en het verblijf worden bekostigd. Dit kan zijn:
a. de vreemdeling zelf of een buiten de openbare lichamen gevestigde persoon of rechtspersoon; of
b. door een in de openbare lichamen gevestigde persoon of rechtspersoon.
Ad a. Bekostiging door de vreemdeling of buiten de openbare lichamen gevestigde (rechts)persoon
Middelen van bestaan kunnen dan bijvoorbeeld zijn:
1. een geldelijke bijdrage (bijvoorbeeld een studiebeurs) van een internationale organisatie in het land van herkomst, door of vanwege de Nederlandse regering of van een particulier fonds;
2. een geldelijke bijdrage van de werkgever als sprake is van uitzending van de vreemdeling door zijn werkgever;
3. een geldelijke bijdrage van een familielid of andere persoon in het land van herkomst van de vreemdeling;
4. een geldbedrag (bijvoorbeeld spaargeld) op een bankrekening van de vreemdeling zelf.
De vreemdeling die een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie heeft ingediend of die in het bezit is van deze vergunning, mag zijn studie niet bekostigen door het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige. Hij mag wel arbeid verrichten van bijkomstige aard. Zie hiervoor hoofdstuk 3/7.
De geldelijke bijdrage (het brutoinkomen) die de vreemdeling per maand ontvangt moet tenminste gelijk zijn aan 50% van het brutoinkomen per maand op grond van de Wet minimumloon BES, aangevuld met college- of lesgelden.
Als de vreemdeling een bedrag ineens ontvangt voor het gehele studiejaar, moet dit bedrag tenminste gelijk zijn aan 12 x 50% van het brutoinkomen per maand op grond van de Wet minimumloon BES + college- of lesgeld.
Overgangsrecht
Bij aanvragen in het kader van studie die zijn ingediend voor 1 juli 2024 en worden behandeld na 1 juli 2024, past de IND CN de oude norm (599 USD per maand of 7.188 USD per jaar, aangevuld met college- of lesgelden) toe.
Bij verlengingsaanvragen van verblijfsvergunningen in het kader van studie die zijn ingediend na 1 juli 2024 en waarbij bij de eerste verlening de oude norm is toegepast, past de IND CN bij de verlengingsaanvraag de nieuwe norm toe.
Voorbeeld
Per 1 september 2024 wil Vincent starten met een studie op Saba. Hij heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor studie aangevraagd. Hij krijgt een studiebeurs van een organisatie uit de Verenigde Staten. Deze betaalt de beurs per jaar in zijn geheel uit aan het begin van het studiejaar op de bankrekening van Vincent in de Verenigde Staten. Deze beurs bedraagt voor het eerste studiejaar in totaal USD 27.000. Het collegegeld is USD 15.600 voor het eerste studiejaar (USD 7.800 per semester). Het brutoinkomen van Vincent moet gelijk zijn aan 12 x 50% van het brutoinkomen per maand op grond van de Wet minimumloon BES aangevuld met college- of lesgeld.
Ad b. Bekostiging door een in de openbare lichamen gevestigde persoon of instelling/organisatie
Middelen van bestaan kunnen dan bijvoorbeeld zijn:
1. een geldelijke bijdrage van een in de openbare lichamen gevestigd bedrijf;
2. een geldelijke bijdrage van een in de openbare lichamen gevestigd familielid of andere persoon.
De vreemdeling moet aantonen dat de financiële positie van deze (rechts)persoon toereikend is om de studie, het levensonderhoud en het college- of lesgeld te kunnen bekostigen. Toereikend wil zeggen dat de financier over voldoende middelen van bestaan moet beschikken om in zijn eigen onderhoud (en eventueel in dat van zijn gezin) en dat van de vreemdeling te kunnen voorzien.
Dit betekent dat het brutoinkomen van de financier op maandbasis tenminste gelijk moeten zijn aan de norm als genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.3 + 50% van het brutoinkomen per maand op grond van de Wet minimumloon BES + college- of lesgeld (omgerekend naar een maandbedrag).
De financier moet daarnaast een garantverklaring ondertekenen (MBES26). De garantverklaring kan niet worden ondertekend door de onderwijsinstelling zelf. Deze zal immers niet de financier zijn van de studie en het levensonderhoud van de vreemdeling.
Bij de berekening van het brutoinkomen van de in de openbare lichamen gevestigde persoon kan in bepaalde gevallen het inkomen van de echtgenoot of (geregistreerd) partner worden meegeteld. Zie hiervoor de regels in hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.1), De garantverklaring moet dan ook door de echtgenoot of (geregistreerd) partner worden ondertekend.
Zelfstandige middelen van bestaan
Artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES bepaalt welke inkomensbronnen in ieder geval zelfstandig zijn. Daarnaast kunnen middelen van bestaan ook zelfstandig zijn als ze afkomstig zijn uit andere inkomensbronnen dan genoemd in artikel 5.32, eerste lid, BTU-BES. Middelen van bestaan die afkomstig zijn uit de in onder ad c en d genoemde inkomensbronnen zijn zelfstandige middelen van bestaan.
Duurzame middelen van bestaan
Middelen van bestaan zijn duurzaam als ze nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven (zie artikel 5.34, eerste lid, BTU-BES en hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3.2).
Uitzondering: als de student korter dan één jaar in de openbare lichamen wil verblijven voor studie, moeten de middelen van bestaan beschikbaar zijn voor de daadwerkelijke duur van het verblijf. Als hij dus een verblijf van zes maanden voor studie wil, moet hij aantonen dat hij voor die periode over voldoende middelen van bestaan beschikt.
De bekostiging van de studie kan op twee manieren plaatsvinden:
a. door een periodieke geldstroom;
b. door een geldbedrag op een (buitenlandse) bankrekening.
Ad a. Bekostiging door een periodieke geldstroom
Bekostiging door periodieke betalingen kunnen afkomstig zijn van zowel een buiten als binnen de openbare lichamen gevestigde persoon of instelling. Deze middelen zijn duurzaam als door de vreemdeling voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom aan de hand van een verklaring van een bank.
Ad b. Geld op een (buitenlandse) bankrekening
- Regeling
- Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Afkortingen
- CTU-BES
- Soort
- circulaire-BES
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0028837
- Versie
- 2026-01-01_0