wetzoeker

2.2 — Systematiek Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Systematiek

De gronden waarop de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen kunnen worden, komen overeen met de afwijzingsgronden voor het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 9, eerste lid, WTU-BES).

Artikel 5.45 BTU-BES vormt een nadere invulling van de afwijzingsgronden zoals opgenomen in artikel 9, eerste lid, WTU-BES. Er zijn twee situaties te onderscheiden:

a. Vreemdelingen die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; en

b. Vreemdelingen die toelating van rechtswege hebben.

Ad a Vreemdelingen die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd:

Artikel 5.45, eerste lid, WTU-BES stelt dat de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend aan de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van tenminste vijf jaren houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor een niet-tijdelijk doel, als de vreemdeling:

a. al of niet tezamen met het gezinslid bij wie hij verblijft, zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan:

– voor de begrippen ‘zelfstandig’, ‘duurzaam’ en ‘voldoende’ wordt aangesloten bij wat wordt verstaan bij de beoordeling van aanvragen tot het verlenen of het verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie paragraaf 1.9.3.);

– als de vreemdeling die verblijf heeft in het kader van gezinshereniging of -vorming, zelf niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt het inkomen van het gezinslid bij wie verblijf is toegestaan ook meegeteld. Dit is ook het geval als de vreemdeling na drie jaren in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf;

b. niet bij onherroepelijk geworden vonnis is veroordeeld, wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, en hem geen maatregel, bedoeld in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht BES, is opgelegd:

– voor de toepassing van deze afwijzingsgrond is vereist dat de vreemdeling een misdrijf heeft gepleegd waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd. De wetgever heeft deze misdrijven als ernstig aangemerkt;

c. zijn hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen heeft gevestigd:

– in dat geval heeft de vreemdeling geen redelijk belang bij de vergunning;

– de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt afgewezen als de vreemdeling meer dan zes maanden binnen een tijdvak van een jaar buiten de openbare lichamen heeft verbleven. Dan wordt aangenomen dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf buiten de openbare lichamen heeft;

– de aanvraag wordt niet in alle gevallen afgewezen waarin de verblijfsduur niet aaneengesloten is;

– bijvoorbeeld gedwongen verblijf in het buitenland (door bijvoorbeeld strafrechtelijke detentie of behandeling elders van ziekte) wordt niet aangemerkt als onderbreking van het hoofdverblijf;

– de beoordeling of de vreemdeling zijn hoofdverblijf heeft verplaatst vindt plaats aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval waarbij met de wil van de vreemdeling slechts rekening wordt gehouden voor zover die blijkt uit diens gedragingen;

d. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid:

– gevaar voor de nationale veiligheid wordt per geval beoordeeld. Er zijn geen algemene regels opgenomen met betrekking tot de gevallen waarin de aanvraag op deze grond wordt afgewezen of de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt ingetrokken;

e. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt en geen gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen zouden hebben geleid:

– als wordt vastgesteld dat de vreemdeling door het verzwijgen van relevante gegevens of het verstrekken van onjuiste gegevens in het bezit is gekomen of gebleven van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, kan hem de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden onthouden;

– dit geldt niet als de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid en sinds de verlening, verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een periode van twaalf jaar is verstreken (zie artikel 14, onder c, WTU-BES en artikel 5.40 BTU-BES). Na verloop van twaalf jaren wegen de belangen van de overheid niet op tegen de belangen van de vreemdeling, namelijk voortzetting van het verblijf in de openbare lichamen. De periode van twaalf jaar wordt berekend vanaf de (onjuiste of onvolledige gegevens gebaseerde) beslissing tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de verblijfsvergunning;

f. op de dag waarop de aanvraag is ontvangen, een verblijfsrecht heeft dat niet-tijdelijk is:

– bij de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, is van doorslaggevend belang dat de vreemdeling op het moment van indiening van de aanvraag of op het moment van beslissing op de aanvraag houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor een niet-tijdelijk doel. Daarmee wordt voorkomen dat een vreemdeling met een tijdelijk verblijfsrecht aanspraak kan maken op de verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en zo het tijdelijke karakter aan zijn verblijfsrecht kan ontnemen (zie artikel 5.3 BTU-BES).

Als een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aan de onder a tot en met f genoemde voorwaarden voldoet wordt de aanvraag afgewezen.

Ad b. Vreemdelingen die toelating van rechtswege hebben:

Bepalend is de vraag of de vreemdeling al dan niet toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren. Als dit zo is, dan wordt de vergunning voor onbepaalde tijd verleend.

Formeel beperkt

Als de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag om verlening, wijziging of verlenging van een verblijfsvergunning dan is er sprake van een formeel beperkt verblijfsrecht. Hangende bezwaar of beroep tegen de weigering een verblijfsvergunning te verlenen, verlengen, wijzigen of een intrekking van een verblijfsvergunning is er ook sprake van een formeel beperkt verblijfsrecht. Als de verblijfsvergunning uiteindelijk wordt verleend, verlengd, gewijzigd dan wel dat de intrekking van de verblijfsvergunning ongedaan wordt gemaakt en deze perioden uiteindelijk worden bestreken door een verblijfsvergunning tellen deze alsnog mee.

De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd kan worden verleend aan de vreemdeling die direct voorafgaand aan de aanvraag of op het moment van de beslissing op de aanvraag gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren toelating van rechtswege heeft en die voldoet aan de voorwaarden a tot en met d zoals hierboven genoemd (zie artikel 5.45 BTU-BES).

In het geval dat een vreemdeling onjuiste gegevens dan wel essentiële gegevens heeft achtergehouden die hebben geleid tot de onterechte afgifte van een bewijs van toelating van rechtswege is bepalend of de vreemdeling toelating van rechtswege heeft gehad gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren.

Als aan de bovengenoemde voorwaarden niet wordt voldaan wordt de aanvraag afgewezen.

Regeling
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
CTU-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028837
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl