wetzoeker

1.8 — De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba

De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste vijf achtereenvolgende jaren (zie artikel 6, tweede lid, WTU-BES). In de artikelen 5.25 tot en met 5.29 BTU-BES zijn regels gesteld over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning en de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.

Hoofdregel

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend voor ten hoogste één jaar en kan telkens met ten hoogste één jaar worden verlengd (artikel 5.25 BTU-BES).

Van deze hoofdregel wordt, in geval van bepaalde verblijfsdoelen, afgeweken in de artikelen 5.26 tot en met 5.29 BTU-BES.

Uitzonderingregels bij eerste toelating

a. Latere ingangsdatum verblijfsvergunning:

Als de vreemdeling niet al bij het indienen van de aanvraag heeft aangetoond dat aan alle voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning wordt voldaan, maar pas later, dan wordt de verblijfsvergunning verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet. Voor het bepalen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning wordt ook van die latere ingangsdatum uitgegaan. Dat de vreemdeling niet al bij het indienen van de aanvraag heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, heeft dus geen gevolgen voor de totale geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning (zie artikel 7, vierde lid, WTU-BES en artikel 5.25 BTU-BES).

b. Gezinshereniging als minderjarige bij ouder:

In afwijking van artikel 5.25 BTU-BES kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging als minderjarige worden verleend voor de duur van de toelating van de ouder, als deze is toegelaten in de openbare lichamen. Als de ouder in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of Nederlander is, dan kan de verblijfsvergunning van de minderjarige bij deze ouder worden verleend of verlengd voor vijf jaren (zie artikel 5.26 BTU-BES).

c. Arbeid in loondienst:

In afwijking van artikel 5.25 BTU-BES kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst worden verleend voor de duur van de voor die arbeid verleende TWV (zie artikel 5.27 BTU-BES). Omdat een TWV voor maximaal drie jaren kan worden verleend, kan ook de verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst voor maximaal drie jaren worden verleend.

d. Voortgezet verblijf:

In afwijking van artikel 5.25 BTU-BES kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf worden verleend voor vijf jaren (zie artikel 5.28 BTU-BES).

e. Geldigheidsduur al verstreken op moment verlening vergunning:

In afwijking van artikel 5.25 BTU-BES kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend of verlengd met een langere geldigheidsduur, als deze op het moment waarop de verblijfsvergunning wordt verstrekt volgens artikel 5.25 BTU-BES alweer zou zijn geëindigd. Dit betekent dat op het moment waarop de beschikking wordt gegeven steeds moet worden beoordeeld wanneer het verblijfsdocument aan de vreemdeling zal worden verstrekt. Als op het moment van het geven van de beschikking de daarbij verleende of verlengde verblijfsvergunning nog minder dan drie maanden geldig zou zijn, dan wordt de verblijfsvergunning één jaar langer geldig gemaakt, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de geldigheidsduur van de te verlenen of verlengen verblijfsvergunning zou zijn verstreken. Van deze bevoegdheid kan alleen gebruik worden gemaakt in afwijking van artikel 5.25 BTU-BES en dus niet om af te wijken van andere bepalingen over de geldigheidsduur. Ook kan deze bevoegdheid niet worden gebruikt om de maximale verblijfsduur van bepaalde verblijfsdoelen op te rekken (zoals die van studenten en vreemdelingen die arbeid in loondienst verrichten). Verder kan deze bevoegdheid niet worden gebruikt om de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning te verlengen over een periode waarin niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.

f. Geldigheidsduur bij verlenging na gezinshereniging of na vijf jaren verblijf:

In afwijking van artikel 5.25 BTU-BES kan de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verlengd met vijf jaren als de houder van die verblijfsvergunning op het moment waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven:

a. gedurende drie jaar toelating bij verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend heeft op grond van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of een relatie en het verblijfsrecht niet-tijdelijk is (zie artikel 5.29, eerste lid, aanhef en onder a, BTU-BES); of

b. gedurende vijf jaren aaneengesloten toelating bij verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend heeft en het verblijfsrecht niet-tijdelijk is (zie artikel 5.29, eerste lid, aanhef en onder b, BTU-BES).

Bij het onder a genoemde geval moet wel bedacht worden dat bij de verlenging van deze afhankelijke verblijfsvergunning de geldigheidsduur daarvan zich nooit mag uitstrekken tot na de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de echtgenoot of (geregistreerd) partner. Als de vreemdeling echter in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf en hij heeft om wijziging van de beperking van zijn vergunning in voortgezet verblijf gevraagd, dan kan de vergunning wel verlengd worden tot na de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de echtgenoot of (geregistreerd) partner. De verblijfsvergunning kan dan dus gewoon verlengd worden met vijf jaren onder gelijktijdige wijziging van de beperking in ‘voortgezet verblijf’.

Regeling
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
CTU-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028837
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl