6.3 — Criteria Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Criteria
In artikel 2i, eerste lid, onder a t/m g, tweede en derde lid, WTU-BES zijn de gronden opgesomd die kunnen leiden tot weigering van het terugkeervisum.
Een terugkeervisum kan worden geweigerd als:
a. de vreemdeling niet door overlegging van documenten aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een dringende reden die geen uitstel van vertrek mogelijk maakt;
b. de vreemdeling niet zelfstandig beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding;
c. de vreemdeling zich gedurende zijn verblijf in een openbaar lichaam aan maatregelen van toezicht op grond van deze wet heeft onttrokken;
d. uit een oogpunt van toezicht op grond van deze wet, opsporing of vervolging van strafbare feiten, tenuitvoerlegging van een vonnis of om andere gewichtige redenen bezwaar bestaat tegen vertrek van de vreemdeling uit de openbare lichamen;
e. het naar het oordeel van Onze Minister in de rede ligt dat binnen de geldigheidsduur van het terugkeervisum een beslissing kan worden verwacht op een aanvraag tot het verlenen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd of wijziging daarvan, of op een bezwaarschrift of beroepschrift op dat gebied, terwijl bij of op basis van deze wet of een rechterlijke beslissing de uitzetting van de vreemdeling achterwege moet blijven totdat op die aanvraag, dat bezwaar of beroep is beslist;
f. de vreemdeling in afwachting is van de beslissing op diens aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel in afwachting is van de beslissing op een bezwaarschrift of beroepschrift tegen een dergelijke beslissing en is ingereisd zonder de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf;
g. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan of verdacht wordt van terrorisme, oorlogsmisdaden, of andere misdaden tegen de menselijkheid.
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verband houdend met bescherming als bedoeld in artikel 12a WTU-BES.
Een terugkeervisum wordt geweigerd ten behoeve van de terugkeer uit het land van herkomst van de vreemdeling die een aanvraag verband houdend met bescherming als bedoeld in artikel 12a WTU-BES heeft gedaan en die in afwachting is van een beslissing op die aanvraag.
In de volgende gevallen wordt aangenomen dat sprake is van dringende redenen in de zin van art 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES:
a. ernstige ziekte of overlijden van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad);
b. het bijwonen van een huwelijk van een nabije bloedverwant (in eerste en tweede graad);
c. onder voogdij gestelde minderjarigen die met het pleeggezin op vakantie naar het buitenland gaan;
d. deelname aan een in het kader van de opleiding of studie van belang zijnde excursie of werkweek in het buitenland.
Op de hoofdregel dat sprake moet zijn van een dringende reden als bedoeld in artikel 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES bestaan een aantal uitzonderingen. Deze zijn opgesomd in artikel 2.7 BTU-BES.
Een terugkeervisum wordt niet geweigerd op de in artikel 2i, eerste lid, onder a, WTU-BES bedoelde grond aan:
a. de vreemdeling die naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen;
b. de hier te lande geboren vreemdeling, bedoeld in artikel 5.19 eerste lid, BTU-BES ten behoeve van wie een aanvraag is gedaan tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 6 WTU-BES, in geval beide ouders van rechtswege of bij vergunning zijn toegelaten of als Nederlander in de openbare lichamen verblijven;
c. de vreemdeling die een positieve beslissing op zijn aanvraag tot het verlenen, het verlengen van de geldigheidsduur of het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft ontvangen, maar nog in afwachting is van afgifte van het bijbehorende verblijfsdocument;
d. de vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 6 WTU-BES, en de aanvraag tijdig of naar het oordeel van Onze Minister binnen een redelijke termijn is ontvangen.
- Regeling
- Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Afkortingen
- CTU-BES
- Soort
- circulaire-BES
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0028837
- Versie
- 2026-01-01_0