wetzoeker

3.2.3 — Kwetsbare minderheidsgroep Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Kwetsbare minderheidsgroep

Bij de bepaling of een bevolkingsgroep moet worden aangemerkt als een kwetsbare minderheidsgroep zijn de volgende aspecten van belang:

1. is er sprake van willekeurig geweld of willekeurige mensenrechtenschendingen;

2. de positie van de bevolkingsgroep in het land van herkomst; en

3. de mate waarin de personen van deze groep effectieve bescherming kunnen inroepen tegen dreigend geweld of mensenrechtenschending, dan wel deze personen zich hieraan effectief kunnen ontrekken door zich elders te vestigen.

In het landgebonden beleid dat in Nederland onder de Vreemdelingenwet is uitgewerkt, zijn verschillende groepen aangewezen als kwetsbare minderheidsgroepen. Deze aangewezen groepen gelden ook op de openbare lichamen als kwetsbare minderheidsgroepen. Indien in Nederland wijzigingen in deze aanwijzing worden doorgevoerd, gelden ze ook op de openbare lichamen. Voor de meest actuele informatie over kwetsbare minderheidsgroepen kan contact worden opgenomen met de IND in het Europese deel van Nederland.

Beperkte indicaties

Voor het oordeel dat de vreemdeling met op zichzelf beperkte indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat een schending van artikel 3 EVRM dreigt, is niet vereist dat betrokkene persoonlijk een behandeling heeft ondervonden die voldoet aan de omschrijving van artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES.

Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de zelfde kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om beperkte indicaties aan te nemen. Onder mensenrechtenschendingen wordt in dit verband onder meer verstaan: moord, verkrachting, mishandeling, intimidatie of beroving. In deze gevallen wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot dezelfde kwetsbare minderheidsgroep.

In beginsel wordt ervan uitgegaan dat de mensenrechtenschendingen die ten aanzien van de vreemdeling zelf of in zijn naaste omgeving hebben plaatsgevonden, voldoende grond opleveren voor het oordeel dat de vreemdeling bij terugkeer – opnieuw dan wel alsnog – een reëel risico zal lopen op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. Dit kan echter anders zijn, als er sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop tussen de desbetreffende mensenrechtenschendingen en het vertrek uit het land van herkomst en de vreemdeling gedurende die periode geen nieuwe problemen heeft ondervonden.

Onder ‘mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving’ wordt ook verstaan gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in de naaste omgeving van de vreemdeling in het land van herkomst nadat de vreemdeling zelf al uit het land was vertrokken. Het oordeel, dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 12 WTU kan dus ook gevormd worden op basis van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na vertrek van de vreemdeling.

Zie uitspraak Salah Sheekh (nr. 1948/04), tegen Nederland

Regeling
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
CTU-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028837
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl