wetzoeker

3.2 — Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Individualiseringsvereiste in de jurisprudentie

Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning bescherming voor bepaalde tijd op grond van artikel 12, eerste lid, onder b, WTU-BES, dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op de in die bepaling bedoelde behandeling. Bij de beantwoording van de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM is niet alleen de persoonlijke situatie van de vreemdeling van belang, maar ook de situatie in zijn land van herkomst. Met andere woorden: de individuele aspecten die de vreemdeling naar voren brengt, moeten worden afgewogen tegen de gewelds- en mensenrechtensituatie in het land van herkomst. Hoe slechter de situatie in het land van herkomst (‘most extreme cases’) hoe minder ‘distinguishing features’ nodig zijn om een reëel risico als bedoeld in artikel 3 EVRM aan te tonen. Dit vloeit voort uit de jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de Mens. Er zijn vier situaties te onderscheiden.

Regeling
Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
CTU-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028837
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl