2.1 — De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De vreemdeling is verdragsvluchteling op grond van artikel 1A
Een verblijfsvergunning verband houdend met bescherming kan worden verleend op grond van artikel 12a, eerste lid, onder a, WTU-BES indien de vreemdeling verdragsvluchteling is.
Een verdragsvluchteling is een persoon die voldoet aan de voorwaarden van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag. Een vreemdeling kan worden erkend als vluchteling als hij afkomstig is uit een land, waarin hij gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege:
a. zijn godsdienstige overtuiging;
b. zijn politieke overtuiging;
c. zijn nationaliteit;
d. het behoren tot een bepaald ras;
e. het behoren tot een bepaalde sociale groep.
Een vreemdeling moet zich wel buiten het land van zijn nationaliteit bevinden voordat hij voor erkenning als vluchteling in aanmerking kan komen.
Als de vervolging:
a. plaatsgebonden is; en
b. het mogelijk is voor de vreemdeling zich in het binnenland te onttrekken aan de vervolging door zich ergens anders in het land te vestigen,
dan is de vreemdeling geen vluchteling.
Een vreemdeling moet als vluchteling worden aangemerkt, zodra hij voldoet aan de hierboven genoemde criteria. De beslissing om een vreemdeling als vluchteling te erkennen is declaratoir: na de vlucht wordt vastgesteld of de vreemdeling op het moment dat hij zijn land van herkomst verliet gegronde vrees voor vervolging had (zie ook réfugiés sur place).
Karakter van de vervolging
Of een vreemdeling als vluchteling moet worden beschouwd, wordt beoordeeld op individuele basis. Op grond van de specifieke bijzonderheden van het geval wordt beoordeeld of de vreemdeling vluchteling is. Hierbij is onder andere van belang of hij persoonlijk de aandacht van de autoriteiten of derden heeft getrokken en daardoor gevaar loopt.
Het is mogelijk dat zich situaties voordoen waarbij een hele (bevolkings)groep te vrezen heeft voor vervolging. Een dergelijke groep kan bestaan uit:
a. leden van een bepaalde politieke partij;
b. aanhangers van een bepaalde godsdienst;
c. leden van een bepaalde etnische of sociale groep; of
d. personen van een bepaalde nationaliteit.
Wanneer alle leden van deze groep te vrezen hebben voor vervolging, spreekt men van groepsvervolging. Ook in het geval van groepsvervolging moet op individuele basis worden vastgesteld of een vreemdeling vluchteling is, door te beoordelen of hij tot de betrokken groep behoort.
Actoren van vervolging
Vervolging kan plaatsvinden door:
a. de staat, waaronder wordt begrepen nationale, regionale en lokale autoriteiten;
b. partijen of organisaties die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen; en
c. niet-overheidsinstanties (derden).
Ad a en b.
Van de vreemdeling van wie is vastgesteld dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft van de zijde van de centrale autoriteiten, kan niet verwacht worden dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich ergens anders in het land van herkomst te vestigen.
Als de vervolging plaatsvindt door partijen of organisaties die niet het gehele grondgebied beheersen, komt de vreemdeling niet voor bescherming in aanmerking als is vastgesteld dat hij zich aan die vervolging kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen.
Ad c
Vervolging door derden wordt alleen aangenomen als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat de staat, of partijen of (internationale) organisaties in het land geen bescherming kunnen of willen bieden tegen de vervolging. Om dit te kunnen beoordelen dient te worden onderzocht of de vreemdeling aangifte heeft gedaan bij de (lokale) autoriteiten en, wanneer dit niet het geval is, waarom hij dit niet heeft gedaan.
Onder een (internationale) organisatie wordt in dit verband verstaan:
a. een stabiele instantie die op een staat lijkt;
b. die zeggenschap heeft over het grondgebied van het desbetreffende land; en
c. die bereid en in staat is om individuele personen te beschermen op soortgelijke wijze als een internationaal erkende staat.
Land van herkomst
Onder ‘land van herkomst’ wordt verstaan het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft.
Als de vreemdeling door geen enkel land als onderdaan wordt erkend, wordt hij aangemerkt als staatloze. In dat geval moet eerst het land van herkomst worden vastgesteld, vóór de beoordeling of betrokkene gegronde vrees voor vervolging heeft in het land van herkomst.
Als land van herkomst van een staatloze wordt aangemerkt, een land:
a. waar de staatloze persoon heeft verbleven; en
b. dat vanwege de aard en duur van het verblijf en de banden die de persoon met het land heeft;
c. dat kan worden gezien als zijn gebruikelijke verblijfplaats (‘Country of former habitual residence’).
Bepalend hiervoor is de vraag of de vreemdeling in het betreffende land het centrum van zijn activiteiten (werk, wonen, familie) heeft.
Risicogroepen
Voorzover van toepassing kan bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling verdragsvluchteling is gebruik worden gemaakt van de in het Nederlandse landgebonden beleid van de Vreemdelingenwet aangewezen risicogroepen. Wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij tot een aangewezen risicogroep behoort en problemen heeft, kan snel worden geconcludeerd dat deze problemen ook voldoende zwaarwegend zijn om vluchtelingschap aan te nemen. Indien een vreemdeling bijvoorbeeld aannemelijk maakt dat hij journalist was in een land van herkomst en in het betrokken landgebonden beleid journalisten als risicogroep zijn aangewezen omdat het centrale gezag censuur toepast, valt de toets al snel in het voordeel van de vreemdeling uit en kan hij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.
Voorbeelden
Het behoren tot een verboden geloof, het verspreiden van pamfletten voor een verboden politieke partij, het voeren van een strijd tegen misstanden in de lokale samenleving kunnen motieven zijn die in de volledige samenhang van het verhaal en bezien tegen de lokale achtergrond kunnen leiden tot een conclusie dat een vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het land van herkomst persoonlijk een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, Een beroep op de algemene situatie is over het algemeen onvoldoende om vluchtelingschap aan te nemen.
- Regeling
- Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Afkortingen
- CTU-BES
- Soort
- circulaire-BES
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0028837
- Versie
- 2026-01-01_0