5.1 — Verblijfsvoorwaarden (deel 1) Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verblijfsvoorwaarden
Artikel 5.24 BTU-BES regelt de mogelijkheid dat ook wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden voor verblijf als genoemd in artikel 5.22 en 5.23 BTU-BES die hierboven in paragraaf 2 en 3 zijn beschreven, toch voortgezet verblijf verleend kan worden vanwege bijzondere omstandigheden.
Hoewel het zowel om groepen als om individuele gevallen kan gaan moet vooral gedacht worden aan:
a. een vreemdeling die zeer nauwe, afhankelijke banden heeft met de in de openbare lichamen wonende personen;
b. wanneer terugkeer naar het land van herkomst redelijkerwijs niet kan worden gevergd gezien de leeftijd van de vreemdeling of de levensomstandigheden waar de vreemdeling in terecht zal komen;
c. een vreemdeling die de zorg heeft voor minderjarige kinderen. In bijzondere gevallen kan het in het belang zijn van het (in de openbare lichamen geboren) minderjarige kind, met een zelfstandig verblijfsrecht of de Nederlandse nationaliteit, om niet met een ouder terug te keren naar het land van herkomst van die ouder. Dit kan zijn vanwege de leeftijd van het kind, de mate van integratie in de openbare lichamen, zoals het volgen van een opleiding. Ook kan het om medische redenen van belang zijn dat het kind niet vertrekt en de aanwezigheid van de ouder wel noodzakelijk is;
d. een vreemdeling die slachtoffer is geworden van huiselijk geweld;
e. slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel, aan wie, voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in de openbare lichamen was toegestaan en van wie het voortgezette verblijf op gronden van klemmende redenen van humanitaire aarde dient te worden voortgezet om onaanvaardbare gevolgen bij terugzending te voorkomen;
De vreemdeling moet de bijzondere individuele omstandigheden zelf onderbouwen met een schriftelijke verklaring en aanvullende stukken. Het belang van de vreemdeling kan alleen in bijzondere omstandigheden zwaarder wegen dan het algemeen belang van de overheid.
Ad d: huiselijk geweld
De IND unit Caribisch Nederland verleent de verblijfsvergunning als sprake is van aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie.
Bij een minderjarige is in verband met de leeftijd van de vreemdeling niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.
Huiselijk geweld, waaronder seksueel geweld, wordt aangetoond door:
• gegevens van de politie (bijvoorbeeld een aangifte of een serieuze melding bij de politie); en
• een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener (bijvoorbeeld van een opvanghuis); of
• andere gegevens, voorzover het gaat objectieve gegevens uit betrouwbare bron.
Ad e: voortgezet verblijf na toelating in het kader van mensenhandel
De IND unit Caribisch Nederland kan aan een slachtoffer of getuige-aangever van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan een verblijfsvergunning verlenen op grond van artikel 5.24 BTU-BES.
Er zijn verschillende situaties mogelijk die kunnen leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning voortgezet verblijf aan slachtoffers of getuige-aangevers van mensenhandel.
1. Er is sprake van een veroordeling;
2. Er is geen veroordeling, maar het slachtoffer heeft drie jaar meegewerkt;
3. De strafzaak loopt nog en het slachtoffer heeft drie jaar meegewerkt;
4. Wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij de openbare lichamen verlaat.
De vreemdeling die onder één van de hierboven genoemde twee categorieën valt, is de eerst aangewezene om dit aan te tonen middels het overleggen van een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak.
Ad 1:
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verlenen als:
• er geen algemene weigeringsgrond aanwezig is;
• het slachtoffer aangifte heeft gedaan ten behoeve van, of op andere wijze medewerking heeft verleend aan de opsporing en vervolging van mensenhandel; en
• de strafzaak uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling, of
• de strafzaak uiteindelijk niet heeft geleid tot een veroordeling, maar het slachtoffer op het moment van de rechterlijke uitspraak al drie jaar of langer op basis van een verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel in de openbare lichamen verblijft.
Een veroordeling op grond van één van de andere in de strafzaak ten laste gelegde misdrijven is ook voldoende, als mensenhandel een onderdeel vormt van de tenlastelegging.
Als de aangifte of het op andere wijze verlenen van medewerking aan een strafzaak door het slachtoffer, terzake mensenhandel tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico’s met zich brengt.
Ad 2:
Om het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak zal, als de strafzaak niet tot een veroordeling leidt, doch de uitspraak anders luidt, en er wel tenminste drie jaar is verstreken tussen de verlening van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan ook van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden.
Bij deze grond tot inwilliging is doorslaggevend dat het slachtoffer drie jaar of langer heeft bijgedragen aan de opsporing of de vervolging én er een rechterlijke uitspraak is gedaan. In het geval de zaak eerder geseponeerd is geweest en de daadwerkelijke vervolging eerst na een beklag ter hand is genomen, telt de termijn van de beklagprocedure mee voor de berekening van de driejaren termijn.
Ad 3:
De IND unit Caribisch Nederland kan de verblijfsvergunning voortgezet verblijf ook verlenen als:
• er geen algemene weigeringsgrond aanwezig is;
• er nog een strafzaak loopt;
• het slachtoffer drie jaar op basis van een verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel in Nederland verblijft.
Ad 4.
Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de verblijfsvergunning verband houdend met de vervolging van mensenhandel van vreemdelingen die niet onder één van de hierboven genoemde categorieën vallen kunnen alleen voor voortgezet verblijf in aanmerking komen als naar het oordeel van Onze Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij de openbare lichamen verlaat.
Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag betrekt de IND unit Caribisch Nederland in elk geval de volgende factoren:
• risico van represailles jegens de vreemdeling en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;
• risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie;
• de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst.
De vreemdeling geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt het beroep met terzake relevante gegevens en documenten.
Bij de beoordeling van de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie wordt rekening gehouden met specifieke culturele achtergrond en het eventuele prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de eventuele maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake.
- Regeling
- Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Afkortingen
- CTU-BES
- Soort
- circulaire-BES
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBR0028837
- Versie
- 2026-01-01_0