Regeling kleding, bewapening en overige uitrusting politie BES
- Soort
- Ministeriële regeling BES
- Geldend vanaf
- 01-01-2019
- Rechtsgebied
- Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Openbare orde en veiligheidsrecht
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- BWB-id
- BWBR0028831
- Versie
- 2019-01-01_0
- SHA-256 bron
- a5143b974bfdbe3e4458cceec496d2c1f57c9f0ac9c12a6fecdf05a1020f23ea
Inhoud (55)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 29
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 39a
- Artikel 51
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 60
- Artikel 61
- Artikel 62
- Artikel 63
- Artikel 64
- Artikel 65
- Artikel 66
- Artikel 67
- Artikel 68
- Artikel 69
- Artikel 70
- Artikel 71
- Artikel 72
- Artikel 73
- Artikel 74
- Bijlage B — bedoeld in de artikelen 24, 39a en 51 van de Regeling kleding, bewapening en overige uitrusting politie
Hoofdstuk 1 — : Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. ambtenaar van politie: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 1, onder c, van het Besluit rechtspositie korps politie BES;
b. beheerder: de functionaris, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
c. uniform: het samenstel van kledingstukken en overige uitrustingsstukken zoals genoemd in hoofdstuk 3 van deze regeling;
d. kleding: tot een der tenues behorende kledingstukken, waaronder begrepen: pet, das, dasklem, handschoenen, koppelriem, broekriem, rangonderscheidingstekens, politiedistinctief, schoeisel, knopen, armkoorden, en de onderdelen van deze kledingstukken.
e. dienstkleding: de door de beheerder aan de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, onder b, van de Rijkswet, verstrekte kleding;
f. hoofdrang: de rang, genoemd in artikel 3, eerste lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES;
g. werkgebied: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
h. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
i. Rijkswet: Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 1 — : De vervaardiging van kleding en overige uitrustingsstukken
Artikel 2
De in deze regeling omschreven kleding en overige uitrustingsstukken worden vervaardigd of zijn uitgevoerd overeenkomstig de door Onze Minister, naar de voorschriften van deze regeling vastgestelde modellen met de daarbij vast te stellen afmetingen en, waar nodig, met aanduiding van de kleuren.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 2 — : Inkoop en distributie van het uniform en wapens
Artikel 3
[vervallen]
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 3 — : Beheer kleding- en wapendepot
Artikel 4
1 De door de korpsbeheerder politie aangewezen ambtenaar van politie is belast met het beheer over het kleding- en wapendepot.
2 De beheerder draagt zorg voor de inkoop en distributie van kleding, wapens en overige uitrustingsstukken aan de daarvoor in aanmerking komende ambtenaar van politie.
3 De beheerder draagt er tevens zorg voor dat het uniform overeenkomt met de in deze beschikking aangegeven modellen.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 4 — : Het dragen van het uniform
Artikel 5
1 De in deze regeling voorgeschreven uniform en overige van dienstwege verstrekte uitrustingsstukken worden uitsluitend gedragen binnen het werkgebied alwaar de ambtenaar van politie te werk is gesteld, voor zover zulks verband houdt met de dienstuitvoering of zulks uit representatieve overwegingen verlangd wordt.
2 Van deze beperking kan door de korpsbeheerder politie worden afgeweken.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 4 — : Het dragen van het uniform
Artikel 6
[vervallen]
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 5 — : Het stellen van regels en voorschriften
Artikel 7
Door de korpsbeheerder politie regels gegeven met betrekking tot het aantal uniformen dat aan de desbetreffende ambtenaar van politie bij de indiensttreding en vervolgens per kalenderjaar wordt verstrekt.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 5 — : Het stellen van regels en voorschriften
Artikel 8
Door Onze Minister kunnen regels en technische voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de aanschaf, de modellen en het dragen van dienstkleding ten behoeve van de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, onder b, van de Rijkswet.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 5 — : Het stellen van regels en voorschriften
Artikel 9
De korpsbeheerder politie kan aan de door hem aangewezen ambtenaar van politie toestemming verlenen om andere dan in deze regeling genoemde uniformen al dan niet tijdelijk te dragen.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 5 — : Het stellen van regels en voorschriften
Artikel 10
[vervallen]
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 6 — : Verantwoordelijkheid voor uniform en wapens en kledingsinspectie
Artikel 11
1 Het uniform en de wapens zijn eigendom van de staat.
2 De ambtenaar van politie is verantwoordelijk voor de aan hem verstrekte uniformen en wapens.
3 De korpschef draagt er voor zorg dat de aan de ambtenaar van politie verstrekte uniformen, wapens en overige uitrustingstukken minstens eenmaal per kalenderjaar aan een grondige inspectie worden onderworpen.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 6 — : Verantwoordelijkheid voor uniform en wapens en kledingsinspectie
Artikel 12
1 De beheerder draagt er voor zorg dat de onder zijn beheer staande kleding, wapens en uitrustingsstukken niet in handen komen van onbevoegden.
2 Gelijke verplichting berust bij de ambtenaar van politie ten aanzien van de hem van dienstwege verstrekte uniformen, wapens en uitrustingsstukken.
3 Verkoop of schenking van de van dienstwege verstrekte kleding, wapens en andere uitrustingsstukken is niet toegestaan.
Hoofdstuk 2 — : Algemene bepalingen › § 7 — : Inlevering van uniformen en uitrustingsstukken
Artikel 13
De aan de ambtenaar van politie verstrekte uniformen, wapens en overige uitrustingsstukken worden door de ambtenaar van politie ingeleverd of door of namens de beheerder ingenomen, bij:
1. vervanging van een of meerdere kledingstukken, wapens of uitrustingstukken;
2. het overlijden van de ambtenaar van politie;
3. ontslag van de ambtenaar van politie.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie
Artikel 14
Voor de ambtenaar van politie gelden, en voor wat betreft de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, onder a, van de Rijskwet met inachtneming van de in artikel 28 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES genoemde onderscheidingstekens van de hoofdrangen, de volgende tenues:
1. het dagelijkse tenue;
2. het ‘ceremonieel tenue’;
3. het sporttenue.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue
Artikel 15
1 Het dagelijkse tenue wordt door alle ambtenaren van politie gedragen bij de normale dienstuitvoering, uitgezonderd wanneer en voor zolang zij worden opgedragen diensten in burgerkleding te verrichten.
2 Het dagelijks tenue bestaat uit een combinatie van een hemd met lange mouwen met das of een hemd met korte mouwen zonder das.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.1 — De Pet
Artikel 16
1 De platte pet heeft een opstaande rand.
2 De kap van de pet is van donkerblauwe gabardinestof (style 521, kleur 610), samengesteld uit 50% dacronpolyester en 45% wol en heeft een ronde bol, waarin een verende ring van roestvrij materiaal is aangebracht.
3 Aan de voorzijde van de pet is een rondgebogen naar beneden hellende klep van leer of kunststof aangebracht, terwijl de rand omboord is met zwart verlakt leer of plastic.
4 De bovenzijde van de petklep is voor de ambtenaar van politie in de hoofdrang van hoofdagent en lager zwart verlakt.
5 Voor de ambtenaar van politie in de hoofdrang van inspecteur en hoger bekleed is bovenzijde van de petklep bekleed met zwarte stof, waarop, langs de linker- en de rechterzijde van het omboordsel, een goudkleurig borduursel uitbeeldende een tak van eikenbladeren en eikels is aangebracht.
6 Voor de inspecteurs is de bovenzijde van de klep voorzien van een 10 mm brede goudkleurige gallon.
7 Voor de hoofdinspecteurs is de klep voorzien van een enkele goudkleurige geborduurde smalle tak van eikenbladeren.
8 Voor de commissarissen is de klep voorzien van een enkele goudkleurige geborduurde brede tak van eikenbladeren.
9 Voor de hoofdcommissaris is de klep voorzien van een dubbele goudkleurige geborduurde tak van eikenbladeren.
10 Voor de hoofdcommissaris is de bovenzijde van de petklep bovendien voorzien van een tweede borduursel uitbeeldende een tak van eikenbladeren en eikels aan weerszijden van de voet van de opstaande rand van de pet.
11 De pet is voorzien van een goudkleurige gegalonneerde stormband met schuifpassanten, welke is bevestigd aan weerszijden van de pet met twee kleine goudkleurige embleemknopen.
12 De stormband kan voorzien zijn van een verzilverde of wit metalen gesp.
13 Voor de ambtenaar van politie in de hoofdrang van inspecteur en hoger is deze stormband goudkleurig gegalonneerd en aan weerszijden van de opstaande rand met twee kleine goudkleurige embleemknopen bevestigd.
14 Voor de ambtenaar van politie in de hoofdrang van hoofdagent en lager is deze stormband zilverkleurig gegalonneerd.
15 Om de boven- en onderzijde van de opstaande rand van de petbeen is er een 4 mm brede, blauw-gegalonneerde bies aangebracht.
16 Voor de ambtenaar van politie in de rangen van hoofdcommissaris en commissaris zijn deze biezen goudkleurig gegalonneerd.
17 Aan de voorzijde van de pet, onmiddellijk boven de stormband, is een embleem bevestigd, bestaande uit een wit metalen achtpuntige ster met stralen, staande op een van haar punten, waarop in verguld metaal het wapen van de Nederlandse Antillen is aangebracht.
18 De petten zijn uitgevoerd met een verstelbare binnenrand en in de volgende maten beschikbaar:
a. small: 61/2; 6 5/8; 6 3/4; 6 7/8;
b. medium: 7; 7 1/8; 7 ¼;
c. large: 7 3/8; 7 1/2; 7 5/8;
d. extra large: 7 3/4; 7 7/8; 8.
19 Onze Minister kan voor de ambtenaar van politie van het vrouwelijke geslacht, bij beschikking, een damespet voorschrijven, onder vermelding van het model, de kleur en de stof waarvan de pet moet worden vervaardigd.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.2 — : Het overhemd
Artikel 17
1 Het overhemd is vervaardigd van effen blauw/witte niet doorzichtige stof (broadcloth style C 7190 kleur 001) samengesteld uit 65% polyester en 35% katoen, voorzien van:
a. een stijve of halfstijve boord met niet afgeronde benedenwaarts gerichte punten;
b. twee borstzakken met stolpplooi en driepuntige klep, gesloten met een kleine goudkleurige embleemknoop;
c. enkele aan de schoudernaden bevestigde en met knopen gesloten schouderpassanten, met knopen van wit of blauw materiaal;
d. korte mouwen met doorlopende platliggende open kraag of lange mouwen met enkele manchetten en knoopsluiting, alsmede een gesloten, verstevigde boord met niet afgeronde benedenwaarts gerichte punten;
2 Boven de linker borstzak van het hemd bevindt zich het korpsembleem, zoals weergegeven in bijlage A.
3 Op de linkermouw van het hemd met korte en lange mouwen is er een geborduurd mouwembleem aangebracht.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.3 — : Het onderhemd
Artikel 18
Het onderhemd is voor de ambtenaar van politie vervaardigd van effen wit stof.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.4 — : De broek
Artikel 19
1 De lange broek is vervaardigd van donkerblauwe stof (style 538 kleur 1845), samengesteld uit 55% dacronpolyester en 45% wol met rond gesneden pijpen zonder omslag en voorzien van een brede halfstijve boord met zeven vaste passanten voor doorlating van een broekriem van 1,75 inch breedte en met op de buitennaad een platte 25 mm brede blauw/zwarte bies, twee ingenaaide zijzakken en twee ingenaaide achterzakken zonder klep waarvan een met knoopsluiting.
2 Aan de voorzijde is de broek voorzien van twee plooien links en rechts.
3 [vervallen]
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.5 — : De rok
Artikel 20
1 De rok van ambtenaar van politie van het vrouwelijke geslacht is vervaardigd van dezelfde donkerblauwe stof als de broeken met eveneens een opgestikte band en voorzien van passanten.
2 Langs de zijnaad is de rok voorzien van een platte 25 mm brede blauw/zwarte bies.
3 De voorzijde is voorzien van twee schuin ingezette zakken en aan de achterzijde in het midden bevindt zich aan de bovenzijde een 18 cm lange, afgeschermde ritssluiting.
4 Ter hoogte hiervan bevindt zich in de band van de rok een opening die gesloten wordt met twee in elkaars verlengde staande knopen elk bevestigd aan een van de elkaar overlappende uitlopers van de band, waarvan slechts een knoop, van een passende kleur uiterlijk zichtbaar is.
5 In het midden van de achterzijde is vanaf de achterzijde van de rok een 24 cm lange verticale stolpplooi waarvan slechts de bovenzijde is afgedicht.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.6 — : Das en dasklem
Artikel 21
1 Voor de ambtenaar van politie van het mannelijke geslacht is de das een lange effen blauwzwarte das van het clip- of zelfbindermodel.
2 Voor de ambtenaar van politie van het vrouwelijke geslacht, een korte effen blauwzwarte das van het clipmodel.
3 De dasklem is smal en vervaardigd van goudkleurig metaal en in het midden voorzien van een miniatuur korpsembleem, waarvan de grootste middellijn 21 mm bedraagt, vervaardigd van verguld metaal.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.7 — : Schoeisels
Artikel 22
1 De schoenen bestaan uit hoge of lage zwarte rijgschoenen zonder versierselen te dragen in combinatie met effen zwarte sokken.
2 De vrouwen hebben de mogelijkheid onder de rok zwarte stewardessschoenen te dragen.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.8 — : Handschoenen
Artikel 23
De handschoenen voor de ambtenaar van politie zijn vervaardigd van wit katoen.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.3 — : Koppelriem en broekriem
Artikel 24
De koppelriem en de broekriem zijn van zwart nylon en voorzien van een zwarte gesp. De koppel heeft het merk en type, zoals genoemd in bijlage B.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.9 — : De korte jas
Artikel 25
1 Door de korpsbeheerder politie kan voor bepaalde politietaken of ambtenaren van politie worden vastgelegd, dat in de door hem aan te wijzen bijzondere gevallen, de korte jas zal of mag worden gedragen.
2 De korte jas reikt tot aan de heup en is vervaardigd van blauwe stof, van dezelfde samenstelling en kleur als die van de broek, uitgevoerd met:
a. liggende kraag en revers;
b. sluiting met vijf grote knopen;
c. twee opgezette borstzakken met stolpplooi en een driepuntige klep, gesloten met een kleine knoop;
d. aan de schoudernaad bevestigde schouderpassanten van hetzelfde materiaal als van de korte jas;
e. lange mouwen, met aan de onderzijde daarvan twee kleine knopen.
3 Op de korte jas worden de rangonderscheidingstekens aangebracht als voorgeschreven in artikel 28 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES.
4 De korte jas kan ook worden gedragen door de ambtenaar van politie die lid is van de politieharmonie of -drumband.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.13 — : Naamplaat
Artikel 29
1 De naamplaat is goudkleurig en vervaardigd van hard metaal.
2 De naamplaat is ongeveer 15 centimetermeter breed en ongeveer 4 centimeter hoog.
3 Aan de voorzijde van de naamplaat zijn – in zwarte letters – de voorletters en de achternaam van de ambtenaar van politie aangebracht.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.1 — Het dagelijkse tenue › § 1.1.15 — : Het tenue van aanhoudings- en ondersteuningsambtenaren
Artikel 31
Het tenue van de ambtenaren als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit beheer politiekorps BES waarover het politiekorps beschikt, dan wel kan beschikken, bestaat uit:
a. een donker blauwe (riotmodel) basisbroek;
b. donkerblauwe poloshirt, met of zonder AT embleem;
c. donkerblauwe jas met insigne “AT - Politie”;
d. donkerblauw/groene overall pak;
e. camouflage set, bestaande uit een broek, een jas en een t-shirt;
f. kaki broek;
g. zwarte kousen;
h. zwarte hoge schoenen.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.2 — Het ‘ceremonieel tenue’
Artikel 32
Het ‘ceremonieel tenue’ wordt gedragen in de door of namens de korpsbeheerder politie te bepalen of toe te laten gevallen.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.2 — Het ‘ceremonieel tenue’
Artikel 33
Het ‘ceremonieel tenue’ is voor de ambtenaar van politie, belast met de uitvoering van de politietaak in de hoofdrang van hoofdagent en lager, gelijk aan het dagelijkse uniform met dien verstande dat in plaats van het hemd met korte mouwen, het hemd met lange mouwen wordt gedragen.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.2 — Het ‘ceremonieel tenue’
Artikel 34
1 Het ‘ceremonieel tenue’ is voor de ambtenaar van politie, belast met de uitvoering van de politietaak in de hoofdrang van inspecteur en hoger, gelijk aan het dagelijkse uniform met als extra de jas.
2 De jas is van het zogenoemde servicedressmodel, enigszins getailleerd en vervaardigd van donkerblauwe stof style 538, kleur 1845 samengesteld uit 55% dacronpolyester en 45% wol, en uitgevoerd met:
a. liggende kraag en revers, waarop in de beide revershoeken is aangebracht een miniatuur korpsembleem, waarvan de grootste middellijn 27 mm bedraagt en welke uitgevoerd is in goudkleurig metaal en blauw en wit email;
b. sluiting met vier grote knopen;
c. twee opgezette borstzakken, met stolpplooi en driepuntige klep, gesloten met een kleine knoop;
d. twee ingezette zijzakken met driepuntige klep, gesloten met een kleine knoop;
e. twee zijplooien over de lengte van de zijkanten van de rug;
f. een split van ongeveer 20 cm. in de linker- en rechteruiteinden van de zijrugnaden, respectievelijk naar links overslaand en rechtsoverslaand;
g. lange mouwen met drie kleine goudkleurige knopen aan de onderzijde daarvan.
3 Ter hoogte van de rechterschouder wordt een goudkleurige gedeeltelijk gevlochten armkoord met aan de uiteinden twee goudkleurige metalen koordhouders.
4 De schouderbedekkingen zijn gelijk aan die omschreven in artikel 28 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.3 — : Het Sporttenue
Artikel 35
Het sporttenue wordt gedragen bij de van dienstwege voorgeschreven sportbeoefening of tijdens de door of namens het bevoegd gezag te bepalen gebeurtenissen.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.3 — : Het Sporttenue
Artikel 36
Het sporttenue bestaat uit een sportbroek, T-shirt, trainingspak, judopak, zwembroek, sportsokken en sportschoenen voor binnen en buiten.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.4 — Regenkleding
Artikel 37
De regenkleding bestaat uit een plastic regenjas en een plastic petovertrek.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.5 — Het dragen van eretekenen
Artikel 38
Door de korpsbeheerder politie kunnen regels worden gesteld omtrent het dragen van de aan de ambtenaar van politie verleende onderscheidings- en eretekens.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.5 — Het dragen van eretekenen
Artikel 39
Van het bepaalde in artikel 38 kan worden afgeweken in de gevallen waartoe door de korpsbeheerder politie vooraf toestemming is verleend.
Hoofdstuk 3 — : Kleding en overige uitrustingsstukken › § 1 — Het tenue van de ambtenaar van politie › § 1.6 — Handboeien
Artikel 39a
De handboeien hebben het merk en type, zoals genoemd in bijlage B.
Hoofdstuk 4 — : Bewapening en munitie
Artikel 51
Onverminderd artikel 12 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES worden aan de desbetreffende ambtenaar van politie, bedoeld in hoofdstuk 2 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES, een wapen, het daarbij behorende draagmiddel en munitie, zoals genoemd in bijlage B, verstrekt.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 58
1 De ambtenaar van politie is verplicht steeds kleding van zijn passende afmetingen te dragen;
2 Aan de oorspronkelijke structuur van de kleding worden zonder toestemming van Onze Minister geen wijzigingen aangebracht;
3 De tot een der tenues behorende kledingstukken dienen zich steeds in goede staat te bevinden;
4 Kledingstukken die hetzij afwijken van de bij de krachtens deze regeling vastgestelde omschrijvingen, hetzij naar het oordeel van de door de korpschef niet voldoen aan redelijk te stellen eisen, worden geacht zich niet in goede staat te bevinden.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 59
Van het dagelijkse tenue wordt het overhemd met open kraag gedragen.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 60
Het ‘ceremonieel tenue’ wordt in het openbaar of in gezelschap steeds geheel gesloten gedragen.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 61
1 De pet wordt recht op het hoofd gedragen, zodanig dat het embleem zich midden boven het voorhoofd bevindt.
2 De stormband wordt onder de ronding van de kin gedragen:
a. indien bij buitendienst de wind dat noodzakelijk maakt;
b. indien bevolen.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 62
De das wordt met de knoop tegen de boordsluiting gedragen, de punt van het brede einde even boven de koppel- of broekriemsluiting, het smalle einde onzichtbaar, het geheel glad hangend en onmiddellijk boven de vierde knoop van boven met de dasklem aan het overhemd bevestigd.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 63
1 De broek met broekriem wordt zodanig gedragen, dat de bovenrand even boven de heupen glad om het lichaam sluit.
2 De koppelriem wordt over de broekriem gedragen zodanig dat de bovenrand van de koppelriem evenwijdig loopt met de bovenzijde van de boord van de broek.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 64
1 De ambtenaar van politie draagt, onder diensttijd, geen andere dan de bij of krachtens deze regeling genoemde kleding, wapens en uitrustingsstukken.
2 Het zichtbaar dragen van vorenbedoelde kleding tezamen met andere kleding is verboden.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 1 — Draagwijze kleding
Artikel 65
Het dragen overdag van een zonnebril van onopvallend model en formaat, zonder versierselen, is toegestaan, evenzo het dragen van een overeenkomstige stofbril door berijders van motorrijwielen.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 2 — Verstrekking kleding
Artikel 66
[vervallen]
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 2 — Verstrekking kleding
Artikel 67
[vervallen]
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 2 — Verstrekking kleding
Artikel 68
Door de korpsbeheerder politie wordt vastgesteld aan welke ambtenaar van politie tot de diverse tenues behorende kleding wordt verstrekt.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 3 — Bezit Kleding
Artikel 69
1 Van de kledingsstukken en overige uitrustingsstukken bedoeld in de artikelen 14 tot en met 35 moet de ambtenaar van politie, voor zover deze tot de voor hem voorgeschreven uniformen behoren, ten minste het voor hem door de korpsbeheerder politie, bij beschikking bepaalde aantal in zijn bezit hebben.
2 Ten aanzien van de ambtenaar van politie die niet voortdurend belast is met het verrichten van diensten in uniform, kan door de korpsbeheerder politie van het in het eerste lid bedoelde aantal worden afgeweken.
3 Het voorgeschreven verplichte aantal kledingstukken en overige uitrustingstukken dienen steeds in goede staat te verkeren.
4 Waar nodig kan vervanging of aanvulling door of namens de korpsbeheerder politie worden bevolen.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 3 — Bezit Kleding
Artikel 70
1 De korpsbeheerder politie kan – al dan niet op voordracht van de beheerder – nadere voorschriften met betrekking tot de draagwijze van kleding, bewapening en uitrustingsstukken geven.
2 [vervallen]
3 Door de zorg van de korpsbeheerder politie worden registers bijgehouden waarin aantekening wordt gehouden van alle bij de politie berustende wapens, onder vermelding van het soort, model, kaliber en serienummer.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 3 — Bezit Kleding
Artikel 71
1 Door Onze Minister kunnen andere dan de hierboven genoemde uitrustingsstukken worden vastgesteld.
2 Door Onze Minister wordt bepaald, aan welke ambtenaren uitrustingsstukken worden verstrekt en op welke wijze en wanneer deze (mogen) worden gedragen en/of gebruikt.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 3 — Bezit Kleding
Artikel 72
Deze regeling berust op artikel 15 van de Veiligheidswet BES, artikel 78, eerste lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES en artikel 16 van het Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 3 — Bezit Kleding
Artikel 73
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kleding, bewapening en overige uitrusting politie BES.
Hoofdstuk 5 — : Aanvullende bepalingen › § 3 — Bezit Kleding
Artikel 74
[vervallen]
Bijlage B — bedoeld in de artikelen 24, 39a en 51 van de Regeling kleding, bewapening en overige uitrusting politie
Bijlage B — bedoeld in de artikelen 24, 39a en 51 van de Regeling kleding, bewapening en overige uitrusting politie
Vuurwapens (artikel 51)
MERK | MODEL | TYPE MUNITIE | DRAAGMIDDEL
Semi-automatisch pistool van het merk Walther | Type P99Q NL | Munitie van het merk RUAG Ammotec GmbH, Type Action, Model NP, Kaliber 9 mm x 19 mm | Voor het zichtbaar dragen: holster van het merk Radar, type P99Q NL, alsmede bijbehorende modulaire accessoires. Voor het verdekt dragen voor gebruik door ambtenaren die optreden in burgerkleding: holster van het merk Radar, type verdekt P99Q NL alsmede bijbehorende modulaire accessoires. Voor het dragen van een extra patroonhouder: enkele patroonhoudertas van het merk Vega.
Oefenpistool Walther | Type P99Q NL | Simunition, type FX markeer, Kaliber 9 mm x 19 mm of Simunition, type FX niet markerend, Kaliber 9 mm x 19 mm of Simunition, type knalpatroon, kaliber 9 mm x 19 mm | –
Pistool Walther | P5 | Kaliber 9 mm Parabellum (9x19) | Holster Pistool Walther P5 en reserve patroonhouder tas of heupholster Sicklinger / Safariland
Pistool Walther | P5 Compact | Kaliber 9 mm Parabellum (9x19) | Holster Pistool Walther P5 Compact en reserve patroonhoudertas
Pistool Walther | P88 | Kaliber 9 mm Parabellum (9x19) | Holster Pistool Walther P88 en reserve patroonhoudertas of heupholster Sicklinger / Safariland
Pistool Glock | 17 | Kaliber 9 mm Parabellum (9x19) | Holster Pistool Glock 17 en reserve patroonhoudertas of heupholster Safariland
Pistoolmitrailleurs Heckler & Koch | MP5 | Kaliber 9 mm Parabellum (9x19) | draagriem
Pistool Walther | PPK | Kaliber 9mm kort (380 ACP) oftewel (9x17) | Holster Pistool Walther PPK en reserve patroonhoudertas
Revolver korte loop (snup nose) Smith & Wesson | 10-7 | Kaliber .38 w special | Holster revolver korte loop Smith & Wesson
Revolver Lange loop Smith & Wesson | 10-5 | Kaliber 38 w Special | Holster revolver lange loop Smith & Wesson
Revolver Lange loop Smith & Wesson | 17-2 | Kaliber 22 LR (Long Rifle) | Holster revolver lange loop Smith & Wesson voor model 17-2
Jachtgeweer (shotgun) ITACA | 37-Featherlight | Kaliber 12GA (2 ¾)
Jachtgeweer (shotgun) ITACA | | Kaliber 16GA (2 ¾)
Karabijn Plainfield Machine | M1 | Kaliber 30 (7.62) | Reserve patroonhoudertas voor reservehouder karabijn Plainfield Machine model M1
Karabijn Plainfield Machine | M2 | Kaliber 30 (7.62) | Reserve patroonhoudertas voor reservehouder karabijn Plainfield Machine model M2
Karabijn Plainfield Machine | M3 | Kaliber 30
Geweer Winchester | 72 | Kaliber .22 kort
Sniper Rifle Remington | 700 | Kaliber .308 WIN (Winchester)
Federal Gas Riot Gun | ? | Kaliber 1.5
Additionele Munitie voor Pistool | | 9 mm luger volmantel (kogelpunt) Full Metal Jacket (FMJ) van het merk American Eagle of Winchester voor pistool
Additionele Munitie voor revolver | | Scherpe patroon kaliber .38 special silvertip hollow point van het merk Winchester
Additionele Munitie voor revolver | | Scherpe patroon caliber .38 special loden kogelpunt
Additionele munitie voor Jachtgeweer | | Jachtpatroon Kaliber 16 gauge (GA) 2 ¾ inches, 2 shot
Additionele munitie voor Jachtgeweer | | Jachtpatroon caliber 16 gauge (GA) 2 ¾ inches, 4 shot van het merk Winchester en Remington
Additionele munitie voor Pistool | | Scherpe Patroon Kaliber . 30 volmantel van het merk Winchester
Additionele munitie voor Sniper Rifle | | Scherpe patroon kaliber .308 WIN core point or power -point van het merk Dynamit Nobel en Winchester
Overige uitrusting (artikelen 24, 39a en 53)
Uitrusting | MERK | MODEL
Koppel | Uncle Mike’s | Sidekick
Handboeien | Lips DL
Wapenstok kort
Wapenstok kort | Uitschuifbare wapenstok van het merk Bonowi | EKA Camlock
Wapenstok midden
Wapenstok lang
CS-traangasgranaten | | TW 702-15 CS
Traangas kogels | Barricade-Penetrating Liquid CS