wetzoeker

Voorschriften voor de luchtgrenzen Regeling toelating en uitzetting BES

Voor verplichtingen met het oog op grensbewaking bij binnenkomst door de lucht wordt verwezen naar artikel 6.11 en 6.12 BTU-BES.

Op grond van artikel 6.11, eerste en tweede lid, BTU-BES verstrekt de gezagvoerder van het vliegtuig in tweevoud aan een ambtenaar belast met de grensbewaking de verklaring en de gegevens over de bemanning en passagiers. Dit gebeurt direct bij binnenkomst op de luchthaven. De modellen zijn te vinden in de RTU-BES.

Op grond van artikel 6.11, derde lid, WTU-BES zijn de gezagvoerder en diens luchtvaartmaatschappij verplicht op verzoek van de ambtenaar belast met grensbewaking alle inlichtingen te verstrekken over de vreemdelingen die door deze luchtvaartmaatschappij zijn vervoerd (naar en tussen de openbare lichamen).

In beginsel vinden grenscontroles plaats op de luchthavens die zijn aangemerkt als grensdoorlaatposten. Controles van vliegtuigen worden verricht door ambtenaren belast met de grensbewaking. Er worden geen grenscontroles uitgevoerd in het luchtvaartuig of aan de gate, tenzij er een redelijk vermoeden bestaat dat met het vliegtuig personen worden vervoerd met betrekking tot wie de ambtenaren belast met de grensbewaking een toezichthoudende taak hebben (artikel 22e WTU-BES). Zo kan van de gezagvoerder van een luchtvaartuig worden gevorderd (artikel 22e, tweede lid WTU-BES) dat hij zijn luchtvaartuig naar een bepaalde plaats overbrengt. De ambtenaren belast met de grensbewaking zijn bevoegd deze vordering te doen. Deze vordering wordt in verband met de veiligheid van het luchthaventerrein gedaan door tussenkomst van de luchtverkeersleiding. De luchtverkeersleiding bepaalt de plaats op het luchthaventerrein waarheen het luchtvaartuig zal worden overgebracht (artikel 6.12 BTU-BES).

Met de grenscontrole wordt nagegaan of de personen aan boord van het vliegtuig aan de in artikel 2r WTU-BES bedoelde voorwaarden voldoen. Bijzondere regels in verband met de grenscontrole van piloten en bemanningsleden van vliegtuigen worden behandeld bijlage 6 bij deze regeling.

De openbare lichamen zorgen ervoor dat de luchthavenbeheerder de nodige maatregelen neemt om te voorkomen dat de voorbehouden zones, zoals de transitzones, worden betreden of worden verlaten door personen die daartoe niet bevoegd zijn. In beginsel worden in de transitzone geen controles verricht, tenzij dit gerechtvaardigd is in het licht van een analyse van de gevaren voor de binnenlandse veiligheid of van het risico van illegale immigratie; controles in deze zone kunnen met name worden verricht op personen die aan een luchthaventransitvisumplicht zijn onderworpen, teneinde te controleren of deze personen in het bezit zijn van een dergelijk visum.

Wanneer een luchtvaartuig dat een verbinding uit een derde land verzorgt, in geval van overmacht, bij dreigend gevaar of op instructie van de bevoegde autoriteiten of landt zonder dat daarvoor toestemming is gegeven, kan de vlucht niet worden voortgezet zonder de toestemming van de grenswachters en de douaneautoriteiten.

Regeling
Regeling toelating en uitzetting BES
Afkortingen
RTU-BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028815
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl