wetzoeker

Artikel 32 Huishoudelijk reglement penitentiaire inrichtingen BES

Tijdelijk verlaten van het gesticht.

1 Het verzoek bedoeld in artikel 31, eerste lid, moet worden ingediend door tussenkomst van de directeur, die zijn advies ter zake bijvoegt.

2 Alvorens Onze Minister beslist op het verzoek bedoeld in artikel 31, eerste lid, stelt hij de procureur-generaal in de gelegenheid om ter zake advies uit te brengen.

3 Aan de toestemming kunnen door Onze Minister met het oog op het vertrek uit, de terugkeer naar en het ordelijk verloop tijdens het verblijf buiten het gesticht voorwaarden worden verbonden, zoals de begeleiding door gestichtsmedewerkers of andere door de directeur aan te wijzen personen, een meldingsplicht en het bij zich hebben van een door de directeur verstrekt identiteitsbewijs.

4 De kosten voor het reizen van de plaats van het gesticht naar de plaats van bestemming en terug via de kortst mogelijke route zijn voor rekening van ’s Rijks kas.

5 De directeur kan bij wijze van disciplinaire straf bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet beginselen gevangeniswezen BES, per disciplinaire bestraffing besluiten tot:

a. het beperken van het aantal aaneengesloten dagen met maximaal twee dagen; of

b. het inkorten van de periode met maximaal twee maanden; of

c. het verminderen van aantal keren van drie aangesloten dagen met maximaal twee keren.

6 De minister kan zijn toestemming geheel of gedeeltelijk intrekken indien de openbare veiligheid, openbare orde of een door de directeur getroffen disciplinaire maatregel bedoeld in het vijfde lid, daartoe naar zijn oordeel aanleiding geeft.

Regeling
Huishoudelijk reglement penitentiaire inrichtingen BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-10-2023
BWB-id
BWBR0028812
Versie
2023-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl