wetzoeker

Artikel 26 Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES

In de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Landsverordening Landsbelastingen

1 Voor de toepassing van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Landsverordening Landsbelastingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan:

II | III

a. | ‘Inspecteur: 1°. in het eilandgebied Bonaire: de Inspecteur der Belastingen op Bonaire; 2°. in het eilandgebied Curaçao: de Inspecteur der Belastingen op Curaçao; 3°. in de overige eilandgebieden: de Inspecteur der belastingen op Sint Maarten’ | Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES

b. | ‘De verplichtingen welke volgens dit hoofdstuk bestaan jegens de Inspecteur, gelden mede jegens de Directeur van de Stichting Overheids Belasting Accountants Bureau, de Ontvanger alsmede jegens de door hen aangewezen ambtenaren of personen’ | De verplichtingen welke volgens dit hoofdstuk bestaan jegens de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES gelden mede jegens de ontvanger, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES, alsmede jegens de door hen aangewezen ambtenaren of personen

c. | ‘De strafwet van de Nederlandse Antillen’ | De in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende strafwet

d. | ‘2. Als voorwaarden kunnen worden gesteld: a. betaling aan de Nederlandse Antillen van een geldsom van ten minste NAF. 100,– en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan de Nederlandse Antillen van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan de Nederlandse Antillen van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit;’ | 2. Als voorwaarden kunnen worden gesteld: a. betaling aan het Rijk van een geldsom van ten minste NAF. 100,– en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan het Rijk van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan het Rijk van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit;

e. | ‘Belastingregeling voor het Koninkrijk’ | Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland, bedoeld in artikel 13f, tweede lid, van de Wet geldstelsel BES

2 In de overgangsperiode vinden de artikelen 1, eerste lid, onderdelen g en j, 29, vierde lid, en 68 tot en met 78 van de in artikel 13b, tweede lid, van de wet genoemde Algemene Landsverordening Landsbelastingen geen toepassing.

Regeling
Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028798
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl