wetzoeker

Artikel 2 Voorschottenregeling BES

1 Het bedrag van het voorschot, bedoeld in artikel 1 onder a, b, d, e en f en de wijze van terugbetaling daarvan worden in ieder voorkomend geval door het bevoegd gezag vastgesteld.

2 Het voorschot, bedoeld in artikel 1 onder c, bedraagt hetgeen voor de overtochtskosten nodig is volgens geldende tarieven of speciale overeenkomsten, doch niet meer dan het passagegeld rechtstreeks naar het Europese deel van Nederland of terug dat te voldoen zou zijn geweest aan een maatschappij, indien van overheidswege overtocht zou zijn verleend, behoudens in de gevallen, waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag, aanleiding bestaat een hoger bedrag als voorschot te verlenen. De terugbetaling van deze voorschotten geschiedt – behoudens het hierna bepaalde – door inhouding op de inkomsten van de schuldenaar in twintig gelijke achtereenvolgende maandelijkse termijnen, aanvangende over de derde maand na het vertrek der vooruitgezonden gezinsleden. Wanneer de persoon aan wie het voorschot is verleend zelf de reis naar het Europese deel van Nederland of het buitenland of omgekeerd onderneemt, wordt hetgeen dan nog van het voorschot verschuldigd is, verrekend met de aan hem uit te betalen gelden. Is het voorschot met die verrekening nog niet geheel afgelost, dan geschiedt de verdere terugbetaling van het niet afgeloste gedeelte door inhouding van 10 ten honderd op de bezoldiging (verlofs- en non-activiteitsbezoldiging daaronder begrepen) of het wachtgeld van de schuldenaar tot de schuld is voldaan.

Regeling
Voorschottenregeling BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028791
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl