wetzoeker

Artikel 5 Regeling huisvestingstoelage en overtocht kinderen ambtenaren BES

1 De huisvestingstoelage wordt ingetrokken, wanneer het kind, ten behoeve van wie deze werd toegekend, naar het oordeel van de Minister, onder wiens departement de betrokken ambtenaar ressorteert, de Inspecteur van het onderwijs gehoord, blijk heeft gegeven van slecht gedrag, weinig ijver of onvoldoende vorderingen.

2 De intrekking geschiedt:

a. met ingang van de eerste der maand, volgende op die, waarin is vastgelegd, dat een der in het eerste lid bedoelde omstandigheden aanwezig is;

b. met ingang van de eerste der maand, volgende op die, waarin de omstandigheden, welke tot de toekenning hebben geleid, hebben opgehouden te bestaan, tenzij deze omstandigheden reeds op de eerste der maand hebben opgehouden te bestaan, in welk geval de intrekking per dezelfde datum in gaat.

3 In geval van intrekking van de huisvestingstoelage wordt geen overtocht voor de terugreis verleend noch vergoeding van de terzake gemaakte overtochtskosten toegekend.

Regeling
Regeling huisvestingstoelage en overtocht kinderen ambtenaren BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
09-10-2011
BWB-id
BWBR0028790
Versie
2011-10-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl