Regeling kinder-, kostwinner- en detacheringstoelage BES
- Soort
- Ministeriële regeling BES
- Geldend vanaf
- 09-10-2011
- Rechtsgebied
- Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- BWB-id
- BWBR0028783
- Versie
- 2011-10-09_0
- SHA-256 bron
- 593a74e4dd8ddc227cc7655024660701f69650476a6b4bbcd66de2e9e39fd303
Inhoud (18)
§ 1 — Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. ambtenaar: ambtenaar in dienst van de staat;
b. bezoldiging: bezoldiging bedoeld in artikel 17 van de Wet materieel ambtenarenrecht BES.
§ 1 — Algemeen
Artikel 2
De toelagen, bedoeld in de paragrafen 2 en 4 worden aan de ambtenaar toegekend door het gezag, dat bevoegd is de bezoldiging aan de ambtenaar toe te kennen of in de toegekende bezoldiging wijziging te brengen.
§ 2 — Kindertoelage
Artikel 3
1 De kindertoelage bedraagt per jaar USD 67,04 voor één kind, USD 100,56 voor twee kinderen en USD 134,08 voor meer dan 2 kinderen, vermeerderd met het in onderstaande kolom 1 aangegeven percentage van bezoldiging en met inachtneming van de in de onderstaande kolommen 2 en 3 aangegeven minima en maxima:
Aantal | 1 | 2 | 3
Kinderen | percentage | minima | maxima
1 | 5 | USD 87,15 | USD 368,72
2 | 9,5 | USD 174,30 | USD 703,91
3 | 13,5 | USD 261,45 | USD 1005,59
4 | 16,5 | USD 348,60 | USD 1173,18
5 | 19 | USD 435,75 | USD 1340,78
6 | 21,5 | USD 522,91 | USD 1508,38
7 | 24 | USD 610,06 | USD 1675,98
8 | 26,5 | USD 697,21 | USD 1843,58
9 | 29 | USD 784,36 | USD 2011,17
10 | 31,5 | USD 871,51 | USD 2178,77
2 Wanneer het aantal kinderen meer dan 10 bedraagt, wordt het in kolom 1 vermeld percentage van 31½ verhoogd met 2½, voor elk kind boven het getal 10 en worden de in de kolommen 2 en 3 vermelde bedragen van USD 871,51 en USD 2178,77 verhoogd met USD 87,15 onderscheidenlijk USD 167,60 voor elk kind boven het getal 10.
3 Het totaal bedrag aan kindertoelage wordt naar boven afgerond tot het naaste bedrag in guldens, dat een veelvoud is van twaalf.
§ 2 — Kindertoelage
Artikel 4
Het genot van kindertoelage vangt aan met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die, waarin het recht op kindertoelage is ontstaan en eindigt met ingang van de eerste van de maand, volgende op die, waarin het recht op kindertoelage verloren is gegaan.
§ 2 — Kindertoelage
Artikel 5
1 De kindertoelage wordt aan de ambtenaar uitbetaald tegelijk met zijn bezoldiging.
2 De kindertoelage kan, indien gegrond vermoeden bestaat, dat zij niet ten goede komt of zal komen aan het kind ten behoeve waarvan zij is toegekend, aan een ander dan aan de ambtenaar betaalbaar gesteld.
§ 2 — Kindertoelage
Artikel 5a
1 Indien beide ouders ambtenaar zijn, heeft slechts de ouder, tot wiens huisgezin het kind behoort, recht op het genot van de kindertoelage.
2 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid wordt bij de vaststelling van de kindertoelage rekening gehouden met de ouder, die de hoogste bezoldiging geniet.
§ 3 — Kostwinnerstoelage
Artikel 6
1 De kostwinnerstoelage bedraagt per jaar het verschil tussen de bezoldiging, welke de ambtenaar zou genieten, indien hij gehuwd is of gehuwd is geweest, of, als het een vrouwelijke ambtenaar betreft, indien zij gehuwd is geweest en niet is hertrouwd en de bezoldiging, welke hij geniet.
2 Zij kan worden genoten door de ambtenaar, die als enig kostwinner in de zin van het volgende artikel wordt aangemerkt.
§ 3 — Kostwinnerstoelage
Artikel 7
Als enig kostwinner wordt aangemerkt:
a. de ambtenaar die krachtens de in artikel 17 lid 1 van de Wet materieel ambtenarenrecht BES bedoelde regelen als ongehuwd wordt aangemerkt en op wie een wettelijke alimentatieplicht rust anders dan ten aanzien van een natuurlijk kind of natuurlijke kinderen dan wel die voorziet in het levensonderhoud van broeder of zuster, die hetzij jonger is dan 18 jaar dan wel ouder dan 50 jaar, hetzij wegens ziels- of lichaamsgebreken blijvend niet in staat is in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien;
b. de gehuwde vrouwelijke ambtenaar, wier echtgenoot wegens ziels- of lichaamsgebreken blijvend niet in staat is in het levensonderhoud van zich en zijn gezin te voorzien.
§ 3 — Kostwinnerstoelage
Artikel 8
Het genot van kostwinnerstoelage vangt aan met ingang van de dag van toekenning en eindigt in ieder geval met ingang van de eerste dag, van de maand volgende op die, waarin de omstandigheden, welke tot toekenning aanleiding hebben gegeven, hebben opgehouden te bestaan.
§ 3 — Kostwinnerstoelage
Artikel 9
Geen kostwinnerstoelage wordt toegekend, wanneer degene ten aanzien van wie de ambtenaar als enig kostwinner is aangemerkt uit andere hoofde inkomsten geniet of redelijkerwijs zou kunnen genieten, welke gelijk zijn aan of meer bedragen dan het bedrag bedoeld in artikel 6 lid 1.
§ 3 — Kostwinnerstoelage
Artikel 10
1 De inkomsten, welke degene ten aanzien van wie de ambtenaar als enig kostwinner is aangemerkt, uit andere hoofde geniet of gaat genieten dan wel redelijkerwijs zou kunnen genieten, worden op de kostwinnerstoelage, welke wordt of is toegekend, in mindering gebracht.
2 Voor de berekening van het bedrag van de vermindering worden de inkomsten, over een tijdvak van 6 maanden afgerond naar beneden tot het naaste bedrag in dollars, dat een veelvoud is van zes, vergeleken met de kostwinnerstoelage over hetzelfde tijdvak.
§ 3 — Kostwinnerstoelage
Artikel 11
1 De kostwinnerstoelage wordt aan de ambtenaar uitbetaald tegelijk met zijn bezoldiging.
2 De kostwinnerstoelage kan, indien gegrond vermoeden bestaat, dat zij niet ten goede komt of zal komen aan degene ten behoeve van wie zij is toegekend aan een ander dan aan de ambtenaar betaalbaar worden gesteld.
§ 3 — Kostwinnerstoelage
Artikel 12
De ambtenaar, aan wie een kostwinnerstoelage is toegekend, is gehouden het bevoegd gezag, uit eigen beweging en desgevraagd onverwijld schriftelijk in kennis te stellen van alles wat op de grootte van het bedrag van de toelage van invloed kan zijn, met uitzondering van wijzigingen in zijn bezoldiging.
§ 4 — Standplaats- en detacheringstoelage
Artikel 13
[vervallen]
§ 4 — Standplaats- en detacheringstoelage
Artikel 14
1 De ambtenaar, die tijdelijk buiten zijn standplaats te werk wordt gesteld, wordt ter bestrijding van de daaruit voortvloeiende onvermijdelijke uitgaven in het genot gesteld van een detacheringstoelage.
2 De toelage wordt van geval tot geval en als regel voor een tijdvak van ten hoogste drie maanden vastgesteld, mede aan de hand van de door de ambtenaar verstrekte gegevens.
§ 5 — Slotbepalingen
Artikel 15
De ambtenaren, die op grond van wettelijke regelingen, welke vervallen bij de inwerkingtreding van deze regeling, toelagen genieten als bedoeld in de voorgaande artikelen worden voor het verdere genot dier toelagen geacht die toelagen te genieten op grond van toekenning krachtens de onderscheiden artikelen van deze regeling en met inachtneming overigens van de onderscheiden bepalingen van deze regeling.
§ 5 — Slotbepalingen
Artikel 15a
Deze regeling berust op artikel 31, onder a, van de Rechtspositiebesluit ambtenaren BES.
§ 5 — Slotbepalingen
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kinder-, kostwinner- en detacheringstoelage BES.