wetzoeker

9-3-d — Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Toelichting ad artikel 9, derde lid, aanhef en onder d

Wettekst:

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de verzoeker die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba erkend is als vluchteling.

De verzoeker die met succes een beroep wil doen op deze uitzonderingsgrond zal bij de indiening van het verzoek om naturalisatie moeten aantonen dat hij is erkend als vluchteling. De reden voor deze uitzondering op de afstandplicht is dat het niet verantwoord is een erkende vluchteling contact op te laten nemen met de autoriteiten van het land van herkomst. Om dezelfde reden is deze categorie vreemdelingen vrijgesteld van het legalisatievereiste, indien betrokkene hiertegen bezwaar maakt. De verzoeker hoeft dan ook geen bereidheidsverklaring te ondertekenen.

Procedure bij toepasselijkheid van artikel 9, derde lid, RWN

Een verzoeker die valt onder één van de artikelonderdelen van artikel 9, derde lid, RWN behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen. In deze gevallen is de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit immers niet van toepassing. Met het oog op een eventueel automatisch verlies van de oorspronkelijke nationaliteit bij naturalisatie tot Nederlander of met het oog op eventuele consequenties van een dubbele nationaliteit (dit kan voor- en nadelen hebben), verdient het aanbeveling dat verzoeker reeds in de voorlichtingsfase door Onze Minister (lees:IND-BES) wordt verwezen naar de autoriteiten van het land waarvan hij de nationaliteit bezit (hetzij direct, hetzij door tussenkomst van de ambassade of het consulaat) of naar de voor hem geëigende organisaties voor minderheden voor het verkrijgen van informatie hieromtrent.

Ingevolge onderdeel d van dit artikellid geldt de afstandsverplichting niet voor een verzoeker die is gehuwd met een Nederlander of voor een verzoeker die in het Europese deel van Nederland een geregistreerd partnerschap met een Nederlander is aangegaan of buiten het Europese deel van Nederland een geregistreerd partnerschap is aangegaan als bedoeld in artikel 1, tweede lid, RWN. Indien twee met elkaar gehuwde personen of twee geregistreerde partners beide een verzoek om naturalisatie hebben ingediend, dient zoveel mogelijk tegelijkertijd op de verzoeken te worden beslist. Het is niet de bedoeling dat een van de (huwelijks)partners eerder wordt genaturaliseerd, waarna de ander geen afstand meer behoeft te doen op grond van het feit dat hij of zij de (huwelijks)partner is van een Nederlander.

Personen die afstand moeten doen en die ná de totstandkoming van de naturalisatie huwen met een Nederlander of in het Europese deel van Nederland een geregistreerd partnerschap met een Nederlander aangaan, kunnen evenmin met succes een beroep doen op onderdeel d. Uit de tekst volgt immers dat het moet gaan om een persoon die bij het indienen van het verzoek reeds ‘is’ gehuwd met een Nederlander.

Regeling
Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
HRWN-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028778
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl