wetzoeker

paragraaf 3.1 — Aantonen verblijfsrecht Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Aantonen verblijfsrecht

De verzoeker dient bij de indiening van het verzoek om naturalisatie de gegevens en bescheiden te verschaffen die voor de beslissing op het verzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs kan beschikken. Hij verstrekt bij de indiening van het verzoek de tegenwoordige en, voor zoveel nodig, de gegevens met betrekking tot de eerdere verblijfsrechtelijke status (artikel 31, eerste lid aanhef en onder f, BvvN). Hij zal dan ook het verblijfsdocument moeten overleggen op grond waarvan zijn verblijfsrechtelijke status kan worden beoordeeld. Daarnaast kan de verzoeker gevraagd worden een schriftelijke verklaring van Onze Minister over te leggen waaruit de eerdere van rechtswege toelating tot verblijf in de openbare lichamen blijkt .

Het gaat overigens te ver om in de naturalisatieprocedure zelfstandig te onderzoeken of verzoeker in aanmerking zou kunnen komen voor een verblijfsvergunning die naar zijn aard al dan niet tijdelijk is. De naturalisatieprocedure is daar niet op ingericht en is daar ook niet voor bedoeld. Inzet van de naturalisatieprocedure is evenmin de vraag of de verblijfsvergunning die de verzoeker bezit al dan niet moet worden ingetrokken dan wel niet moet worden verlengd. Vragen omtrent de verlening, de intrekking dan wel de niet-verlenging van een verblijfsvergunning behoren in beginsel inzet te zijn van een vreemdelingenrechtelijke procedure op grond van de WTU-BES, het Besluit Toelating en Uitzetting BES (BTU-BES), de Regeling Toelating en Uitzetting BES (RTU-BES) en de Circulaire Toelating en Uitzetting BES (CTU-BES). Daarom wordt in het kader van de behandeling van een verzoek om naturalisatie in het algemeen geen fictietoets toegepast, waarbij wordt bekeken of de verzoeker die niet in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd, daarvoor wel in aanmerking zou kunnen komen indien daarom zou worden gevraagd. Bij de toelatingorganisatie (lees: IND-BES) kan de verzoeker een aanvraag indienen om een (andere) verblijfsvergunning. In gevallen waarin een verzoeker in het geheel niet in het bezit is van een verblijfsvergunning, niet bereid is om een verblijfsvergunning te verkrijgen en niettemin een verzoek om naturalisatie wil indienen, kan het verzoek door Onze Minister (lees: IND-BES) worden afgewezen.

Er zijn ook situaties denkbaar waarin de verzoeker niet (langer) beschikt over de juiste verblijfsrecht om voor naturalisatie in aanmerking te komen (bijvoorbeeld op grond van artikel 3 of 5a WTU-BES), waarin de verblijfsvergunning behoort te worden ingetrokken (op grond van artikel 14 WTU-BES), waarin het verblijfsrecht van rechtswege is komen te vervallen (bijvoorbeeld op grond van artikel 10 en artikel 12 WTU-BES). Voor die gevallen geldt het navolgende.

Regeling
Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
HRWN-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028778
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl