wetzoeker

paragraaf 3.6.1 — Bevoegdheid in ontvangst nemen van verzoeken Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Bevoegdheid in ontvangst nemen van verzoeken

Op grond van artikel 39, eerste tot en met derde lid, BvvN neemt Onze Minister (lees: IND-BES) verzoeken om naturalisatie in ontvangst van de volgende personen:

Ingezetenen volgens de basisadministratie persoonsgegevens

Dit betreft de hoofdregel: verzoeken om naturalisatie dienen te worden ingediend bij de Onze Minister (lees: IND-BES) van het desbetreffende openbare lichaam waar de verzoeker als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. Het feit dat het verzoek om naturalisatie mede betrekking kan hebben op minderjarigen die hun hoofdverblijf hebben buiten het desbetreffende openbare lichaam, doet hier niet aan af.

Vreemdelingen met een bijzondere status

Deze personen zijn vreemdelingen die weliswaar hun hoofdverblijf hebben in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, maar die vanwege hun bijzondere status niet voor inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens in aanmerking komen. Dit betreft in het bijzonder personen die deel uitmaken van diplomatieke zendingen of consulaire posten of die behoren tot het administratieve of technische personeel van die posten, alsmede hun gezinsleden. Ook voor militairen van buitenlandse bases geldt dit. Daarnaast kunnen er nog andere, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, categorieën vreemdelingen zijn, die op dezelfde wijze worden behandeld. Deze vreemdelingen dienen hun verzoek om naturalisatie in bij Onze Minister (lees: IND-BES) van het desbetreffende openbare lichaam waar zij hoofdverblijf hebben (artikel 39, tweede lid, BvvN). Overigens bestaan er in het algemeen bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd van de hier bedoelde vreemdelingen (zie de toelichting bij artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, RWN).

Passanten

Dit zijn personen die nergens ter wereld hun hoofdverblijf hebben omdat zij per voer- of vaartuig steeds van verblijfplaats veranderen (artikel 39, derde lid, BvvN). Aangezien deze personen geen hoofdverblijf binnen één van de landen van het Koninkrijk hebben in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en sub c, RWN, zullen alleen passanten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, RWN (die hetzij oud-Nederlander zijn, hetzij gehuwd zijn met of een geregistreerd partnerschap hebben met een Nederlander, dan wel tijdens hun meerderjarigheid binnen één van de landen van het Koninkrijk zijn geadopteerd door een Nederlander) met succes een verzoek om naturalisatie kunnen indienen. Verwacht mag worden dat passanten slechts sporadisch verzoeken om naturalisatie indienen.

Verzoeken van andere personen dan hierboven genoemd worden niet door de Onze Minister (lees: IND-BES) in ontvangst genomen (artikel 39, vijfde lid, BVVN). Zo mogelijk deelt de Onze Minister (lees: IND-BES) aan de verzoeker mee bij welke andere diplomatieke post in het buitenland het verzoek in persoon kan worden ingediend.

Nadat Onze Minister (lees: IND-BES) een verzoek om naturalisatie in ontvangst heeft genomen, wordt daarop een datum van ontvangst en een dienststempel geplaatst (artikel 39, zesde lid, BvvN), waarna een kopie van het verzoek, als bewijs van inontvangstneming, aan de verzoeker wordt meegegeven (artikel 39, vierde lid, BvvN).

Regeling
Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
HRWN-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028778
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl