wetzoeker

2-2 — Toelichting ad artikel 2, tweede lid Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Toelichting ad artikel 2, tweede lid

Wettekst:

Behoudens in de bij algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen worden verklaringen en verzoeken in persoon afgelegd en ingediend.

Dit artikellid ziet op optieverklaringen, verzoeken om naturalisatie en verklaringen van afstand van het Nederlanderschap.

Om een zo groot mogelijke zekerheid te verkrijgen over de identiteit van de vreemdeling, moet deze in beginsel zijn verklaringen en verzoeken in persoon afleggen bij Onze Minister (zie artikel 2 BvvN). De vreemdeling toont vervolgens zijn identiteit aan de hand van bepaalde identiteitsdocumenten (zie de toelichting bij artikel 6, derde lid, RWN, artikel 7 RWN, artikel 15, eerste lid aanhef en onder b, RWN en artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, RWN).

Meerderjarige

De meerderjarige optant, verzoeker om naturalisatie of persoon die afstand van het Nederlanderschap wenst te doen, moet ingevolge dit artikellid in beginsel in persoon verschijnen.

Minderjarige

Voor de minderjarige wordt een optieverklaring (op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, c of d, RWN) dan wel een verzoek om naturalisatie (op grond van artikel 10 RWN of artikel 11, tweede en derde en vierde lid, RWN) ingediend en getekend door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Voor de minderjarige tot 16 jaar wordt ook een verklaring van afstand van het Nederlanderschap (op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, RWN) ingediend en getekend door zijn wettelijk vertegenwoordiger. In beginsel moet de wettelijk vertegenwoordiger hiervoor in persoon verschijnen (artikel 3, eerste en derde lid, BvvN).

Minderjarige van zestien jaar en ouder

Instemmen met (mede)verkrijging (optie) en (mede)verlening (naturalisatie)

(zie tevens de toelichting bij artikel 2, vierde lid RWN)

Voor een kind van zestien jaar en ouder is vereist dat het uitdrukkelijk verklaart in te stemmen met de medeverkrijging (artikel 6, achtste lid, RWN, artikel 26, derde lid, RWN en artikel 28, derde lid, RWN) of de medeverlening (artikel 11, derde lid, RWN). Deze instemmingsverklaring moet aan dezelfde voorwaarden voldoen als in artikel 3 BvvN wordt geregeld voor de door de optant uitgebrachte optieverklaring of het door verzoeker ingediende verzoek om naturalisatie (artikel 6, vierde lid, RWN en artikel 31, derde lid, BvvN). Dit betekent derhalve dat ook het kind van zestien jaar en ouder bij medeverkrijging en medeverlening in persoon moet verschijnen bij Onze Minister (lees: IND-BES) om een instemmingsverklaring af te leggen.

Naar analogie van artikel 6, derde lid, BvvN en artikel 31, derde lid, BvvN moet de verschijning in persoon ook gelden voor de minderjarige die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt voor wie door zijn wettelijk vertegenwoordiger een optieverklaring wordt afgelegd of een verzoek om naturalisatie wordt ingediend tot zelfstandige verkrijging van het Nederlanderschap. Ook in deze gevallen moet de minderjarige in persoon verschijnen om een verklaring van instemming af te leggen.

Afstand van het Nederlanderschap

De minderjarige die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, legt de verklaring van afstand van het Nederlanderschap zelfstandig af (artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, RWN).

Afwijking van uitgangspunt verschijning in persoon

Medische verklaring

In bovengenoemde gevallen waarin verschijning in persoon is vereist, kan slechts om zwaarwegende redenen daarvan worden afgeweken. Bij zwaarwegende redenen kan worden gedacht aan de fysieke en/of psychische onmogelijkheid in persoon te verschijnen. Deze zwaarwegende redenen moeten worden aangetoond aan de hand van een gemotiveerde medische verklaring van een onafhankelijk (behandelend) medisch specialist:

Gemachtigde

In deze gevallen kan de verklaring worden afgelegd of het verzoek worden ingediend door een daartoe schriftelijk gemachtigde meerderjarig persoon, mits voldoende zekerheid kan worden verkregen over de identiteit van de gemachtigde en de persoon wiens nationaliteit in het geding is (artikel 3, tweede lid, BvvN).

De schriftelijke machtiging moet zijn ondertekend door de persoon wiens verschijning in persoon is vereist.

De gemachtigde:

– moet meerderjarig zijn;

– moet in persoon verschijnen;

– toont zijn identiteit aan door het overleggen van een geldig identiteitsbewijs; en

– overlegt ter identificatie een geldig buitenlands reisdocument van de betrokken persoon.

Regeling
Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
HRWN-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028778
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl