wetzoeker

2-1 — Toelichting ad artikel 2, eerste lid Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Toelichting ad artikel 2, eerste lid

Wettekst:

Tenzij de wet anders bepaalt, hebben de verkrijging en het verlies van het Nederlanderschap geen terugwerkende kracht.

Het beginsel dat verkrijging en verlies van het Nederlanderschap geen terugwerkende kracht heeft, is opgenomen om de rechtszekerheid te bevorderen. Voorkomen moet immers worden dat er onduidelijkheid bestaat over de vraag vanaf welk moment een persoon de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen of verloren.

Zoals blijkt uit de woorden ‘Tenzij de wet anders bepaalt’ kan de wet uitzonderingen maken op dit beginsel. Dit is geschied in artikel 14, eerste lid, RWN (verlies door intrekking heeft terugwerkende kracht), artikel 28, eerste lid, RWN (verkrijging werkt terug tot datum ontbinding van het huwelijk) en de overgangsbepaling artikel V, eerste lid, RRWN (herkrijging werkt terug tot datum intreden verlies). De terugwerkende kracht van het verlies wordt overigens weer beperkt in overgangsbepaling artikel II, eerste lid, RRWN (intrekking op grond van artikel 14, eerste lid, RWN werkt slechts terug tot inwerkingtreding RRWN).

In de RWN wordt in verschillende artikelen aangegeven op welk moment een persoon de Nederlandse nationaliteit verkrijgt of verliest, bijvoorbeeld door middel van:

– gerechtelijke vaststelling vaderschap

(ingevolge artikel 1:207, vijfde lid, BW-NL werkt de vaststelling van het vaderschap terug tot het moment van de geboorte van het kind. Vanaf dat moment zijn familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de vader ontstaan). In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bestaat de figuur van gerechtelijke vaststelling vaderschap (nog) niet;

– adoptie

(ingevolge artikel 1:230, eerste lid, BW-NL en artikel 1:230, eerste lid, BW-BES heeft de adoptie rechtsgevolg van de dag waarop de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan);

– erkenning van kinderen tot 7 jaar

(ingevolge artikel 1:203, tweede lid, BW-NL en artikel 1:203, tweede lid, BW-BES heeft de erkenning rechtsgevolg vanaf het tijdstip dat zij is gedaan)

– of kinderen waarvoor brieven van vaderschap zijn verleend

(ingevolge artikel 1:207, BW-BES heeft de vaststelling van het vaderschap door middel van brieven van vaderschap terugwerkende kracht tot het moment van geboorte van het kind). Deze brieven van vaderschap worden afgegeven door Onze Minister. In Nederland bestaat de figuur van brieven van vaderschap niet.

Het minderjarige kind wordt – daargelaten op welk tijdstip de familierechtelijke rechtsgevolgen worden geacht te zijn ingetreden – Nederlander op de tijdstippen zoals vermeld in de betreffende artikelen van de RWN

Voorbeeld 1

Marciano wordt op 15 januari 2001 buiten huwelijk geboren uit een niet-Nederlandse vrouw, Lucia. Bij uitspraak van 30 juni 2003 wordt door de Nederlandse rechter vastgesteld dat Rodrigo, een Nederlandse man, de vader is. Het rechtsgevolg van de gerechtelijke vaststelling is dat Marciano en Rodrigo vanaf de geboorte van Marciano in familierechtelijke betrekkingen tot elkaar komen te staan. De vaststelling werkt immers terug tot aan de geboorte van Marciano. Marciano wordt echter pas Nederlander op het in artikel 4 RWN vermelde tijdstip. Overigens is het niet relevant waar ter wereld Rodrigo woont op 30 juni 2003.

Voorbeeld 2

Marjorie wordt op 15 januari 2001 buiten huwelijk geboren uit een niet-Nederlandse vrouw, Elena. Op 30 januari 2004 wordt Marjorie erkend door een Nederlandse man, Joshua. Elena, de moeder van Marjorie, legt op 1 september 2008 voor Marjorie een schriftelijke verklaring af ter verkrijging van het Nederlanderschap op grond van het dan geldende artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN. Aan alle voorwaarden wordt voldaan en de verkrijging van het Nederlanderschap wordt op 10 september 2008 bevestigd. Tussen Marjorie en Joshua zijn op 30 januari 2004 familierechtelijke betrekkingen ontstaan (een erkenning heeft rechtsgevolg vanaf het tijdstip waarop zij is gedaan). Marjorie verkrijgt echter pas het Nederlanderschap op 10 september 2008, de datum waarop de verkrijging van het Nederlanderschap is bevestigd, mits de optiebevestiging is uitgereikt tijdens de naturalisatieceremonie. Heeft de ceremonie plaatsgevonden op bijvoorbeeld 15 december 2008, dan gaat het Nederlanderschap met terugwerkende kracht in op de datum van de bevestiging van de optie en in dit geval dus op 10 september 2008.

Regeling
Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
HRWN-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028778
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl