wetzoeker

Paragraaf 2 — Hoofdverblijf Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdverblijf

Het begrip ‘hoofdverblijf’ heeft een strikt feitelijke betekenis. Het hoofdverblijf van een persoon is de plaats waar hij kennelijk geregeld vertoeft, daar waar hij het centrum van zijn activiteiten heeft. Te denken valt bijvoorbeeld aan de plaats waar een persoon zijn slaapplaats heeft, waar hij werkelijk woont (met zijn gezin) of waar zijn inboedel zich bevindt. Er moet sprake zijn van een meer duurzame betrekking tussen een persoon en een plaats. Een verblijf van voorbijgaande aard heeft geen betekenis.

Op grond van artikel 29 RWN telt de periode van hoofdverblijf in de toenmalige Nederlandse Antillen die is doorgebracht vóór 10 oktober 2010 mee bij de vraag of wordt voldaan aan de vereiste termijn van hoofdverblijf in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

De vraag welke plaats als het hoofdverblijf van een persoon moet worden aangemerkt is een feitelijke vraag, die aan de hand van verschillende factoren van feitelijke aard wordt beantwoord. Met de wil van de persoon wordt slechts rekening gehouden, voor zover deze blijkt uit zijn gedragingen.

Indicaties voor verplaatsing van het hoofdverblijf buiten het desbetreffende openbaar lichaam zijn onder meer:

– uitschrijving uit de basisadministratie persoonsgegevens;

– de afmelding bij de Belastingdienst wegens vertrek buiten het desbetreffende openbaar lichaam;

– mededeling aan de vreemdelingendienst van vertrek buiten het desbetreffende openbaar lichaam;

– het nemen van ontslag bij de werkgever, of bedrijfsbeëindiging;

– het opzeggen van een bank- of girorekening;

– het laten overmaken van periodieke uitkeringen naar een adres buiten het desbetreffende openbaar lichaam;

– de afkoop van pensioenrechten;

– verkoop van de woning of opzegging van de huur;

– de ontruiming van de woning en het over de grens brengen van de inboedel; en

– het (onder)verhuren aan derden van de woning.

Deze indicaties zijn niet limitatief. Ook op andere feitelijke gronden kan worden geconcludeerd dat een persoon zijn hoofdverblijf heeft verplaatst. Indien daarentegen een vreemdeling bij de vreemdelingendienst (voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de IND-BES) heeft gemeld dat hij tijdelijk, maar niet langer dan negen maanden, in het buitenland beoogt te verblijven, dan is dit een aanwijzing dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten het Koninkrijk wenst te vestigen.

Vestiging van het hoofdverblijf buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt in ieder geval aangenomen, indien een persoon:

– meer dan negen achtereenvolgende maanden buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van de periode van negen maanden het gevolg is van buiten zijn schuld gelegen omstandigheden (te denken valt aan de situatie waarbij de persoon kan aantonen dat de overschrijding van die termijn te wijten is aan een ziekenhuisopname of een natuurramp); of

– voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd.

Vestiging van het hoofdverblijf buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt niet aangenomen op de enkele grond dat een persoon:

– de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba is teruggekeerd; of

– buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba is gedetineerd dan wel buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba gedetineerd is geweest en binnen zes maanden na beëindiging van de detentie naar de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba is teruggekeerd.

Een vreemdeling wordt geacht zijn hoofdverblijf niet buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba te hebben gevestigd:

– in de periode dat hij arbeid heeft verricht voor een werkgever geregistreerd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba die geheel of gedeeltelijk buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft plaatsgevonden (aan boord van een onder de vlag van het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten varend zeeschip of in de internationale luchtvaart) en hij gedurende die periode in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van die arbeid (dit neemt niet weg dat op het moment van verkrijging/verlening van het Nederlanderschap – uitzonderingen daargelaten – voldaan moet zijn aan de voorwaarde dat betrokkene in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning die niet van tijdelijke aard is;

– indien en zolang hij de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, juncto artikel 2, tweede lid van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (deze vreemdeling behoudt niet alleen zijn hoofdverblijf in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, maar behoudt in den regel, mits aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldaan blijft, tevens zijn verblijfsrecht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba). Een vereiste is dat de vreemdeling gedurende de periode van uitzending alsook het verblijf in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba heeft samengewoond met de echtgenoot/partner.

Regeling
Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
HRWN-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028778
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl