wetzoeker

paragraaf 1.2 — Geslachtsnaam minderjarige kinderen Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Geslachtsnaam minderjarige kinderen

Uitgangspunt van het naamrecht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is dat een minderjarig kind de geslachtsnaam van één van de ouders draagt. Hieruit vloeit voort dat kinderen die delen in de naturalisatie van de ouder onder bepaalde voorwaarden ook in de naamsvaststelling of naamswijziging van die ouder delen.

Een minderjarig kind kan, als daar door de (hoofd)verzoeker om verzocht wordt, in de naamsvaststelling of naamswijziging van de verzoeker delen indien het:

minderjarig is; én

– deelt in de naturalisatie van de verzoeker; én

– de verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijk vertegenwoordiger van het kind is.

Een minderjarig kind kan niet delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van:

– de gezagsdrager die niet een ouder is; of

– de echtgenoot/geregistreerd partner (van zijn ouder) die niet een ouder is.

In een dergelijk geval wordt het verzoek om naamsvaststelling of naamswijziging met betrekking tot het minderjarige kind beoordeeld zoals neergelegd in de paragrafen over naamsvaststelling en naamswijziging bij minderjarige kinderen in de toelichting op artikel 12, eerste en tweede lid RWN.

Indien uit de basisadministratie persoonsgegevens niet blijkt of een minderjarig kind kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van de (hoofd)verzoeker, kan dit worden aangetoond met een bewijs van gezagsvoorziening. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een buitenlandse rechterlijke voogdijbeschikking of een echtscheidingsvonnis, waarbij tevens in het gezag over de kinderen is voorzien. Het gezag kan ook van rechtswege zijn ontstaan, bijvoorbeeld door een huwelijk.

Voor een minderjarig kind kan soms ook een andere naamsvaststelling of naamswijziging plaatsvinden dan voor de verzoeker met wie het kind meenaturaliseert. Daarnaast kan het voorkomen dat enkel de naam van het kind wordt vastgesteld of gewijzigd, terwijl de naam van de (hoofd)verzoeker hetzelfde blijft. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er een (zelfstandig) verzoek om naturalisatie voor een minderjarige is ingediend door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Zie voor de uitwerking van de mogelijkheden voor deze situaties de paragrafen met betrekking tot minderjarige kinderen in de toelichting op artikel 12, eerste en tweede lid RWN.

Heeft het kind gedeeld in naamsvaststelling of naamswijziging bij naturalisatie, dan kan zijn geslachtsnaam alsnog wijzigen als gevolg van latere erkenning of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, dit in tegenstelling tot het geval dat de geslachtsnaam van het kind zelfstandig bij het naturalisatiebesluit is vastgesteld of gewijzigd.

Minder jarige kinderen die niet de Nederlandse nationaliteit hebben en die niet delen in de naturalisatie, delen in principe niet in de naamsvaststelling of naamswijziging. Voor hen geldt immers niet het Nederlands naamrecht, maar het naamrecht van het land van herkomst. Zij delen enkel in de naamsvaststelling of naamswijziging indien dat voortkomt uit het naamrecht van het land van herkomst.

Regeling
Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Afkortingen
HRWN-BES
Soort
circulaire-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028778
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl