wetzoeker

Artikel 2 Regeling Pensioenwet BES

Toetsing betrouwbaarheid beleidsbepalers

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. betrouwbaarheid:het zich onthouden van een of meer gedragingen die naar het oordeel van de Bank in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler als bedoeld in artikel 5a van de wet.

b. gedragingen: een doen of nalaten dat blijk geeft van de afwezigheid van eigenschappen als:

– waarheidslievendheid;

– verantwoordelijkheidszin;

– wetsgetrouwheid;

– openheid;

– oprechtheid;

– prudentie;

– punctualiteit;

– onkreukbaarheid;

– discretie;

– rechtschapenheid.

c. antecedenten: voornemens, handelingen, en strafrechtelijke-, financiële-, toezichts- en overige antecedenten. De strafrechtelijke-, financiële-, toezichts- en overige antecedenten omvatten de in de bijlage 2 genoemde feiten en omstandigheden.

d. betrokkenen:beleidsbepalers bij onder toezicht staande pensioenfondsen.

Regeling
Regeling Pensioenwet BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028776
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl