wetzoeker

Artikel 119 Besluit rechtspositie korps politie BES

Ontslag

1 Buiten de gevallen bij dit besluit of bij of krachtens enige wettelijke regeling, anders dan het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, bepaald kan de ambtenaar van politie alleen worden ontslagen op grond van:

a. het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij een regeling aan de aanstelling voorafgegaan zijnde, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt;

b. een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de ambtenaar van politie onder curatele is gesteld;

c. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;

d. een onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf;

e. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels of lichaamsgebreken;

f. het bij of in verband met de aanstelling dan wel de keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot aanstelling of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar van politie aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.

2 Een ontslag op grond van het eerste lid, onder a en e, wordt steeds eervol verleend.

3 Een ontslag, bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder ingaan dan de dag volgende op die waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was.

Regeling
Besluit rechtspositie korps politie BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-04-2026
BWB-id
BWBR0028767
Versie
2026-04-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl