wetzoeker

Artikel 1753 Burgerlijk Wetboek BES Boek 8

Vervoer van personen

1 Een rechtsvordering jegens een vervoerder ter zake van dood of letsel van de reiziger of ter zake van hut- of handbagage in de zin van artikel 500, dan wel ter zake van een als bagage ten vervoer aangenomen voertuig, schip of levend dier vervalt indien de rechthebbende niet binnen een termijn van drie maanden aan de vervoerder kennis heeft gegeven van het aan de reiziger overkomen voorval of ongeval.

2 De in het eerste lid bedoelde termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het voorval of ongeval.

3 Het eerste lid blijft buiten toepassing indien:

a. de rechthebbende binnen de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk bij de vervoerder een vordering heeft ingediend;

b. het voorval of ongeval te wijten is aan schuld van de vervoerder;

c. van het voorval of ongeval geen kennis is gegeven of niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn kennis is gegeven, het één of het ander door omstandigheden, die niet voor rekening van de rechthebbende komen;

d. de vervoerder binnen de in het eerste lid bedoelde termijn uit anderen hoofde kennis had van het voorval of ongeval.

4 Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid wordt een omstandigheid als bedoeld in artikel 505 aangemerkt als een aan de reiziger overkomen voorval of ongeval.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 8
Afkortingen
BW BES Boek 8
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028753
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl