wetzoeker

Artikel 1640 Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a

Van de verbintenissen der vennoten onderling

Wanneer een der vennoten, voor zijn eigen rekening, een opeisbare som te vorderen heeft van iemand, die mede een insgelijks opeisbare som verschuldigd is aan de maatschap, moet de betaling, welke hij ontvangt, op de inschuld der maatschap en op die van hemzelf, naar evenredigheid van beide die vorderingen, toegerekend worden, al ware het ook dat hij, bij de kwijting, alles in mindering of voldoening van zijn eigen inschuld mocht gebracht hebben; maar indien hij bij de kwijting bepaald heeft, dat de gehele betaling zoude strekken voor de inschuld der maatschap, zal deze bepaling worden nagekomen.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a
Afkortingen
BW BES Boek 7a
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0028752
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl