wetzoeker

Artikel 970 Burgerlijk Wetboek BES Boek 4

Van de vorm der uiterste willen

1 De getuigen, die bij het maken van uiterste willen tegenwoordig zijn, moeten zijn meerderjarig, en ingezetenen van Curaçao, Sint Maarten, of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zij moeten de taal verstaan waarin de uiterste wil is opgesteld, of die waarin de akte van superscriptie of bewaargeving is geschreven.

2 Tot getuigen van een uiterste wil, bij openbare akte op te maken, kunnen niet genomen worden de erfgenamen of de legatarissen, noch derzelver bloedverwanten of aangehuwden, tot in de vierde graad ingesloten, noch de kinderen of kleinkinderen, of bloedverwanten in dezelfde graad, noch de huisbedienden der notarissen, voor welke de uiterste wil verleden wordt.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
Afkortingen
BW BES Boek 4
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2015
BWB-id
BWBR0028746
Versie
2015-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl