wetzoeker

Artikel 1115 Burgerlijk Wetboek BES Boek 4

Van inbreng

1 De ouders behoeven de giften niet in te brengen, die aan hun kind door deszelfs grootouders gedaan zijn.

2 Op gelijke wijze behoeft een kind, dat uit eigen hoofde de erfenis zijner grootouders beurt, niet in te brengen de door dezen aan zijn ouders gedane gift.

3 Daarentegen moet het kind, dat slechts bij plaatsvervulling die erfenis beurt, de giften inbrengen, welke aan zijn ouders gedaan zijn, zelfs indien het kind de nalatenschap zijner ouders mocht hebben verworpen.

4 Het kind is echter, in geval van zodanige verwerping, niet jegens zijn medeërfgenamen in de grootouderlijke nalatenschap aansprakelijk voor de schulden zijner ouders.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
Afkortingen
BW BES Boek 4
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-01-2015
BWB-id
BWBR0028746
Versie
2015-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl