wetzoeker

Artikel 256 Burgerlijk Wetboek BES Boek 3

Pandrecht

Wanneer een pandrecht is tenietgegaan, is de pandhouder verplicht te verrichten hetgeen zijnerzijds nodig is opdat de pandgever de hem toekomende feitelijke macht over het goed herkrijgt, en desverlangd aan de pandgever een schriftelijk bewijs te verstrekken dat het pandrecht geëindigd is. Is de vordering waarvoor het pandrecht tot zekerheid strekte, met een beperkt recht bezwaard, dan rust een overeenkomstige verplichting op de beperkt gerechtigde.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 3
Afkortingen
BW BES Boek 3
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028745
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl