wetzoeker

Artikel 254 Burgerlijk Wetboek BES Boek 2

Uitkoop, uittreding en gedwongen overdracht

1 De in artikel 251 bedoelde vordering tot uittreding komt ook toe aan:

a. de aandeelhouder die als zodanig niet of niet langer voldoet aan in de statuten gestelde kwaliteitseisen en dientengevolge een of meer van de aan zijn aandeel verbonden rechten niet kan uitoefenen.

b. de aandeelhouder die aan de vennootschap en zijn medeaandeelhouders op naam schriftelijk heeft medegedeeld dat hij zijn aandelen wil vervreemden tegen daarbij genoemde voorwaarden en dat voornemen niet ten uitvoer kan leggen door de werking van een statutaire blokkeringsregeling in de zin van artikel 111 of 211 die de overdracht uitsluit of uiterst bezwaarlijk maakt.

2 In de gevallen bedoeld in het eerste lid vindt het zevende lid van artikel 252 geen toepassing.

3 Tenzij het vierde lid van artikel 251 overeenkomstige toepassing heeft gevonden, vervalt de bevoegdheid tot het instellen van de vordering zes maanden na het einde van de dag waarop de aandeelhouder is komen te verkeren in een situatie als bedoeld in het eerste lid onder a of de in het eerste lid onder b bedoelde schriftelijke mededeling door de vennootschap is ontvangen.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 2
Afkortingen
BW BES Boek 2
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0028744
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl