wetzoeker

Artikel 338 Burgerlijk Wetboek BES Boek 1

Het bewind van de voogd

1 De voogd zorgt dat het vermogen van de minderjarige, zoals dit bij het begin van zijn voogdij is samengesteld, zo spoedig mogelijk wordt geïnventariseerd.

2 Binnen acht weken na het begin van zijn voogdij doet de voogd ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de woonplaats van de minderjarige schriftelijk opgave van de bij dat begin aanwezige gerede gelden, effecten aan toonder en spaarbankboekjes.

3 Binnen acht maanden na het begin van zijn voogdij levert de voogd een ter bevestiging van haar deugdelijkheid door hem ondertekende boedelbeschrijving in ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de woonplaats van de minderjarige.

4 In de boedelbeschrijving is begrepen een opgave van de wijzigingen in de samenstelling van het vermogen tot het ogenblik dat zij wordt opgemaakt.

Regeling
Burgerlijk Wetboek BES Boek 1
Afkortingen
BW BES Boek 1
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028743
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl