wetzoeker

Artikel 45 Onteigeningswet BES

Van het geding tot onteigening

1 Bij onteigening van een verhuurd goed wordt door de onteigenende partij aan de huurder, wiens huurtijd nog één of meer jaren moet duren, tot schadeloosstelling een som betaald, gelijkstaande aan de huurprijs van twee jaren.

2 Indien nochtans de te velde staande vruchten, of de onkosten welke de huurder aantoont, gedurende de laatste twee jaren aan de onroerende zaak te hebben besteed, meer belopen dan de tweejarige huurprijs wordt de waarde dier vruchten of het bedrag dier onkosten als schadeloosstelling betaald.

3 Indien de huurder minder dan een jaar doch meer dan een maand huur had, wordt hem de huurprijs van één vol jaar of de waarde der te velde staande vruchten, zo die meer beloopt, vergoed.

4 Indien de huurder een maand of minder huur had, of indien de verhuring of haar verlenging na de nederlegging ter inzage, bedoeld in artikel 13 heeft plaats gehad, wordt door de onteigenende partij aan de huurder geen schadeloosstelling betaald, maar heeft deze een vordering tot schadevergoeding tegen de verhuurder, ten ware anders mocht zijn overeengekomen.

Regeling
Onteigeningswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0028729
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl