wetzoeker

Artikel 20 Onteigeningswet BES

Van het geding tot onteigening

1 Wanneer de verweerder buiten het Koninkrijk woont, of zijn woonplaats onbekend is, wordt het geding gevoerd tegen de gevolmachtigde of bewindvoerder, indien een zodanige binnen het Koninkrijk bekend is, en, zo ook deze onbekend is, tegen een derde binnen het ressort van de rechter wonende en door deze, op verzoek en ten koste der onteigenende partij te dien einde te benoemen. De alzo benoemde kan, bij het ophouden zijner betrekking, het loon van de bewindvoerder eens afwezigen en daarenboven de gemaakte onkosten in rekening brengen.

2 Het geding wordt eveneens gevoerd tegen een derde binnen het ressort van de rechter wonende en door deze, op verzoek en ten koste van de onteigenende partij, te dien einde te benoemen, wanneer de gegevens, bedoeld in artikel 3, lid 1, niet in de openbare registers van de hypotheekbewaarder voorkomen.

3 Desniettemin is de verweerder gerechtigd ten dage, in artikel 22 genoemd, op de oproeping, aan de gevolmachtigde, bewindvoerder of door de rechter benoemde gedaan, te verschijnen, in welk geval de oproeping als aan hem geschied wordt beschouwd en het geding tegen hem wordt gevoerd.

Regeling
Onteigeningswet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0028729
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl