wetzoeker

Artikel 31 Pensioenwet BES

1 De vrouw met wie een gewezen deelnemer aan een pensioenregeling welke wordt uitgevoerd door een ondernemingspensioenfonds op 31 maart 1985 is gehuwd, verkrijgt in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, een zodanige premievrije aanspraak op weduwenpensioen als de gewezen deelnemer heeft behouden bij het eindigen van zijn deelneming; iedere andere aanspraak op weduwenpensioen welke uit de deelneming aan de pensioenregeling zou kunnen voortvloeien, vervalt. De vrouw ontvangt op haar verzoek een bewijs van haar aanspraak. Het vierde lid van artikel 8 van deze wet is van overeenkomstige toepassing.

2 De vrouw met wie een gepensioneerde die deelnam aan een pensioenregeling welke wordt uitgevoerd door een ondernemingspensioenfonds op 31 maart 1985 is gehuwd, verkrijgt in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, een zodanige premievrije aanspraak op weduwenpensioen als de gepensioneerde heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen; iedere andere aanspraak op weduwenpensioen welke uit de deelneming aan de pensioenregeling zou kunnen voortvloeien, vervalt. De vrouw ontvangt op haar verzoek een bewijs van haar aanspraak. Het vierde lid van artikel 8 van deze wet is van overeenkomstige toepassing.

3 De vrouw met wie een gewezen deelnemer aan een pensioenregeling welke wordt uitgevoerd door een bedrijfstakpensioenfonds of verzekeraar op de transitiedatum is gehuwd, verkrijgt in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, een zodanige premievrije aanspraak op weduwenpensioen als de gewezen deelnemer heeft behouden bij het eindigen van zijn deelneming; iedere andere aanspraak op weduwenpensioen welke uit de deelneming aan de pensioenregeling zou kunnen voortvloeien, vervalt. De vrouw ontvangt op haar verzoek een bewijs van haar aanspraak. Het vierde lid van artikel 8 van deze wet is van overeenkomstige toepassing.

4 De vrouw met wie een gepensioneerde die deelnam aan een pensioenregeling welke wordt uitgevoerd door een bedrijfstakpensioenfonds of verzekeraar op de transitiedatum is gehuwd, verkrijgt in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, een zodanige premievrije aanspraak op weduwenpensioen als de gepensioneerde heeft behouden bij het ingaan van het ouderdomspensioen; iedere andere aanspraak op weduwenpensioen welke uit de deelneming aan de pensioenregeling zou kunnen voortvloeien, vervalt. De vrouw ontvangt op haar verzoek een bewijs van haar aanspraak. Het vierde lid van artikel 8 van deze wet is van overeenkomstige toepassing.

5 De man met wie een gewezen deelnemer aan een pensioenregeling op de transitiedatum is gehuwd verkrijgt in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, een zodanige premievrije aanspraak op weduwnaarspensioen als de gewezen deelnemer heeft verkregen bij het eindigen van zijn deelneming; iedere andere aanspraak op weduwnaarspensioen welke uit de deelneming aan de pensioenregeling zou kunnen voortvloeien, vervalt. De man ontvangt op zijn verzoek een bewijs van zijn aanspraak. Het vierde lid van artikel 8 van deze wet is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Pensioenwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0028712
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl