wetzoeker

Artikel 2 Pensioenwet BES

1 De werkgever die ter uitvoering van pensioenovereenkomsten een ondernemingspensioenfonds aan zijn onderneming heeft verbonden, is toegetreden tot een bedrijfstakpensioenfonds of een uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten met een verzekeraar, is gehouden ervoor zorg te dragen dat de pensioenuitvoerder de overeengekomen bijdragen ontvangt.

2 Indien de pensioenovereenkomst inhoudt dat de omvang van de werkgeversbijdrage telkens aan het einde van een periode wordt vastgesteld, mag een zodanige periode niet langer dan een jaar duren.

Indien de dienstbetrekking van een werknemer tijdens een zodanige periode eindigt, is de bijdrage naar tijdsevenredigheid verschuldigd.

3 Indien een werkgever zich bij de pensioenovereenkomst de bevoegdheid tot vermindering of beëindiging van zijn bijdrage aan de pensioenregeling heeft voorbehouden, is hij verplicht van dit voorbehoud schriftelijk mededeling te doen aan de pensioenuitvoerder. Hij kan dit voorbehoud slechts maken voor het geval van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Wanneer hij voornemens is tot uitoefening van de bevoegdheid op grond van dit voorbehoud over te gaan, deelt hij dit onverwijld schriftelijk mede aan de pensioenuitvoerder, alsmede aan degenen, wier pensioen of aanspraak op pensioen daardoor wordt getroffen.

Regeling
Pensioenwet BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0028712
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl