wetzoeker

Artikel 20 Regeling visserijproducten 1998/2 BES

Inrichtingen

1 De doelmatigheid van de ingevolge artikel 19 opgezette systemen van interne controles wordt onderzocht door middel van de monsterneming, bedoeld in artikel 16, onderdeel c. Nadere voorschriften met betrekking tot deze monsterneming worden door de Minister bij ministeriële regeling vastgesteld.

2 De voor de inrichting verantwoordelijke ondernemer stelt een bemonsteringsprogramma vast, op grond waarvan, ook zonder dat daartoe van elke geproduceerde partij systematisch monsters worden genomen:

a. de deugdelijkheid van de systemen van interne controles bij de invoering daarvan kan worden aangetoond;

b. de deugdelijkheid van die systemen zo nodig kan worden bevestigd, indien de kenmerken van het product of van het fabricageprocédé worden gewijzigd;

c. met een zekere regelmaat kan worden nagegaan of de eerder vastgestelde bevindingen nog steeds geldig zijn en of de voorschriften correct worden nageleefd.

3 De ondernemer doet het bemonsteringsprogramma zoveel mogelijk uitvoeren in een eigen laboratorium van de inrichting.

4 Zowel de eigen laboratoria van inrichtingen als externe laboratoria waar monsters voor onderzoek, controle, toetsing en toezicht worden onderzocht zijn onderworpen aan de goedkeuring door de bevoegde instantie volgens normen die door de Minister bij ministeriële regeling worden vastgesteld. Deze normen kunnen voor de eigen laboratoria minder streng zijn dan voor externe laboratoria.

Regeling
Regeling visserijproducten 1998/2 BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028706
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl