wetzoeker

HOOFDSTUK I — Algemene voorwaarden voor de erkenning van melkverwerkingsinrichtingen Besluit productie en uitvoer producten op basis van melk BES

Algemene voorwaarden voor de erkenning van melkverwerkingsinrichtingen

1. De melkverwerkingsinrichtingen moeten ten minste voorzien zijn van werkplaatsen die groot genoeg zijn om de beroepsactiviteiten in behoorlijke hygiënische omstandigheden te laten verlopen. Deze plaatsen moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat besmetting van de grondstoffen en in dit besluit bedoelde producten wordt voorkomen.

De productie of de bereiding van producten op basis van melk die een besmettingsrisico kunnen inhouden voor de andere in dit landsbesluit bedoelde producten, moet in een geheel afzonderlijke werkplaats plaatsvinden.

2. Op plaatsen waar de grondstoffen worden gehanteerd, geprepareerd en verwerkt en producten worden bereid, gelden de volgende regels:

a. de vloeren moeten uit ondoordringbaar, duurzaam, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal bestaan, die zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien, en die zijn uitgerust met een voorziening voor de afvoer van water;

b. de wanden moeten makkelijk te reinigen zijn, duurzaam en ondoordringbaar met gladde oppervlakken, die van een heldere bekleding zijn voorzien;

c. in de lokalen waar grondstoffen of producten zonder eindverpakking die besmet kunnen raken, gehanteerd, bereid of verwerkt worden, moet een gemakkelijk te reinigen plafond zijn;

d. de deuren moeten van bestendig, gemakkelijk te reinigen materiaal zijn;

e. er moet voldoende luchtverversing en, indien nodig, een goede dampafvoer zijn;

f. er moet voldoende verlichting, door daglicht of door kunstlicht zijn;

g. er moet voldoende voorzieningen met koud en warm stromend water of met vooraf op een passende temperatuur gemengd water voor het wassen en ontsmetten van de handen zijn. In de werklokalen en in de toiletten mogen de kranen niet met de hand kunnen worden bediend. De voorzieningen moeten zijn toegerust met was- en ontsmettingsmiddelen alsmede met hygiënische middelen voor het drogen van de handen;

h. er moeten voorzieningen zijn voor het reinigen van de werktuigen, het materieel en de installaties.

3. Voor lokalen waar grondstoffen en producten worden opgeslagen, gelden dezelfde voorwaarden als in punt 2, tenzij:

a. het lokalen voor gekoelde opslag betreft, waar kan worden volstaan met een gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten vloer die zo is aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien;

b. het lokalen betreft waar wordt ingevroren of diepgevroren, waar kan worden volstaan met vloeren uit ondoordringbaar, gemakkelijk te reinigen materiaal dat niet kan rotten.

In die gevallen moet een installatie met voldoende koelcapaciteit beschikbaar zijn om te garanderen dat de grondstoffen en de producten onder de bij dit besluit voorgeschreven temperaturen worden bewaard.

Het gebruik van houten wanden in lokalen die vóór 1 januari 1993 zijn gebouwd, is geen reden voor intrekking van de erkenning.

De capaciteit van de opslagruimten moet toereikend zijn voor de opslag van de gebruikte grondstoffen en van de in dit besluit bedoelde producten.

4. Er moeten voorzieningen zijn voor hygiënisch intern transport en ter bescherming van de grondstoffen en de eindproducten zonder onmiddellijke of eindverpakking tijdens het laden en lossen.

5. Er moeten passende voorzieningen zijn ter bescherming tegen ongewenste dieren.

6. Er moeten gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten voorzieningen en werktuigen zijn, van corrosiebestendig materiaal voor direct contact met de grondstoffen en de producten.

7. Er moeten speciale lekdichte recipiënten van bestendig materiaal zijn voor niet voor menselijke consumptie bestemde grondstoffen of producten. Wanneer deze grondstoffen of producten door leidingen worden afgevoerd, moeten deze zodanig zijn gebouwd en geplaatst dat geen gevaar ontstaat voor besmetting van de andere grondstoffen of producten.

8. Er moeten passende installaties zijn voor het reinigen en het ontsmetten van materieel en gereedschappen.

9. Er moet een hygiënische voorziening zijn voor de afvoer van afvalwater.

10. Er moet apparatuur zijn die uitsluitend drinkwater levert, welk drinkwater afkomstig is van het centraal distributienet en alvorens in de productie te worden aangewend eerst dient te worden gefilterd en tijdens de productie ten minste dient te worden gepasteuriseerd volgens de in bijlage B, hoofdstuk I, tweede lid, omschreven methode. Bij wijze van uitzondering is levering van niet drinkbaar water evenwel toegelaten voor de productie van stoom, voor brandbestrijding of voor het koelen, op voorwaarde dat de daartoe aangebrachte leidingen het gebruik van dit water voor andere doeleinden onmogelijk maken en geen direct of indirect gevaar voor besmetting van het product opleveren. De leidingen voor niet drinkbaar water moeten goed kunnen worden onderscheiden van de drinkwaterleidingen.

11. Er moet voldoende kleedlokalen, met gladde, ondoordringbare en afwasbare wanden en vloeren, wasgelegenheden zijn, alsmede toiletten met waterspoeling. De toiletten mogen geen rechtstreekse toegang tot de werklokalen geven. De wasgelegenheid moet voorzien zijn van middelen voor het wassen van de handen, en hygiënische voorzieningen voor het drogen van de handen. De kranen van de wasgelegenheden mogen niet met de hand kunnen worden bediend.

12. Indien de hoeveelheid behandelde producten de regelmatige of permanente aanwezigheid van de bevoegde autoriteit vergt, moet er een voldoende ingericht afsluitbaar lokaal zijn dat uitsluitend ter beschikking van die autoriteit staat.

13. Er moet een lokaal of een voorziening zijn voor het opslaan van reinigings- en ontsmettingsmiddelen of andere dergelijke stoffen.

14. Er moet een lokaal of een kast zijn voor het opbergen van reinigings- en onderhoudsmateriaal;

15. Er moet passende apparatuur zijn voor het reinigen en ontsmetten van de voor het vervoer van producten op basis van melk (in vloeibare of poedervorm) gebruikte tanks. Deze apparatuur is evenwel niet verplicht indien er voorschriften bestaan die verplichten tot het reinigen en ontsmetten van de vervoermiddelen in officieel door de bevoegde autoriteit erkende installaties.

Regeling
Besluit productie en uitvoer producten op basis van melk BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028702
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl