wetzoeker

Artikel 92 Rechtspositiebesluit ambtenaren BES

Schorsing en ontslag

1 Buiten de gevallen, hierboven of bij andere wettelijke regelingen bepaald, kan de ambtenaar slechts worden ontslagen op grond van:

a. verlies van een vereiste bij de aanstelling voor de benoembaarheid gesteld, tenzij het vereiste alleen bij de aanvaarding van het ambt geldt;

b. staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;

c. toepassing van lijfsdwang wegens schulden, krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;

d. onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;

e. blijvende ongeschiktheid voor de vervulling van zijn ambt als gevolg van een ziekte of gebrek;.

f. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;

g. het niet behaald hebben van het (de) diploma('s), bedoeld in artikel 2, vijfde lid;

h. het willekeurig verbreken van het dienstverband door de ambtenaar.

2 Behalve in het geval onder d van het eerste lid bedoeld wordt een ontslag op grond van dit artikel steeds eervol verleend. Het kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die, waarop de reden voor het ontslag voor het eerst geconstateerd en in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a, e, f en g, tevens door of namens het bevoegde gezag aan de betrokkene is medegedeeld.

3 Het ontslag op de in onderdeel e van het eerste lid bedoelde grond wordt eerst verleend, nadat ter zake van de ongeschiktheid een geneeskundig onderzoek is ingesteld.

4 Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het derde lid, geschiedt door een of meer door het bevoegd gezag aan te wijzen geneeskundigen.

Regeling
Rechtspositiebesluit ambtenaren BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
14-05-2026
BWB-id
BWBR0028693
Versie
2026-05-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl