wetzoeker

Artikel 4 Regeling valschermspringen BES

1. Voor het incidenteel gebruik van een valschermspringgebied dat geheel of ten dele is gelegen binnen een (of meerdere) luchtverkeersleidingsgebied(en) moet toestemming zijn verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst(en).

2. Een verzoek tot toestemming als bedoeld in het eerste lid moet tenminste vijf werkdagen tevoren de betrokken luchtverkeersleidingsdienst hebben bereikt; indien een (voorlopige) toestemming wordt verleend, verzorgt laatstgenoemde dienst en wanneer meerdere luchtverkeersleidingsdiensten betrokken zijn, de luchtverkeersleidingsdienst die luchtverkeersleiding geeft in het luchtverkeersleidingsgebied met de laagste verticale begrenzing, de bekendstelling als bedoeld in artikel 3.

3. Voor het incidenteel gebruik van een valschermspringgebied dat geheel of ten dele is gelegen binnen een afstand van 3.7 km (2 nm) van de grens van een niet gecontroleerd luchtvaartterrein moet toestemming zijn verkregen van de betrokken havenmeester.

4. Een verzoek tot toestemming als bedoeld in het derde lid moet tenminste 5 werkdagen tevoren de betrokken havenmeester hebben bereikt. Indien een (voorlopige) toestemming wordt verleend, meldt de aanvrager het voorgenomen incidentele gebruik van het valschermspringgebied zo spoedig mogelijk maar tenminste 3 dagen tevoren aan bij de Luchtvaartinlichtingendienst (AIS) ten behoeve van de NOTAM zoals bedoeld in artikel 3.

5. Het voornemen tot het incidenteel gebruik van een valschermspringgebied dat gelegen is in ongecontroleerd luchtruim moet tenminste 3 werkdagen tevoren zijn aangemeld bij de Luchtvaartinlichtendienst van de betrokken luchtverkeersleidingorganisatie.

Regeling
Regeling valschermspringen BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0028685
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl