wetzoeker

Artikel 31 Wetboek van Strafvordering BES

Schorsing van de vervolging

1 In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is:

a. ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij;

b. ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij;

c. over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling.

De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.

2 In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.

Regeling
Wetboek van Strafvordering BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028681
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl