wetzoeker

Artikel 289 Wetboek van Strafvordering BES

Het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting in eerste aanleg

1 De verdachte heeft het recht getuigen en deskundigen ter terechtzitting te doen dagvaarden.

2 Hij geeft deze daartoe ten minste drie dagen voor de terechtzitting in persoon ten parkette van de officier van justitie of schriftelijk bij aangetekende, aan de officier gerichte brief op. Hij vermeldt daarbij de namen, het beroep en de woon- of verblijfplaats, of, bij onbekendheid van een of ander, duidt hij hen zo nauwkeurig mogelijk aan. Bij schriftelijke opgave geldt de dag van ontvangst van de brief, die onverwijld daarop wordt aangetekend, als dag van opgave.

3 De officier van justitie doet de getuigen of deskundigen, opgegeven met inachtneming van het tweede lid, onverwijld dagvaarden, tenzij er naar zijn oordeel dwingende gronden bestaan om de dagvaarding te weigeren. In dit laatste geval maakt hij de verdachte opmerkzaam op het bepaalde in artikel 318, derde lid.

4 De getuigen en deskundigen, die zijn gedagvaard, worden gebracht op de in artikel 318, tweede lid, bedoelde lijst.

Regeling
Wetboek van Strafvordering BES
Soort
wet-BES
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0028681
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl